E voto Dordraceno - pagina 310
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK
310
men
Zal
dit toch verstaan
en helder inzien, dan
dat ge vat, hoe het geloof werkzaam
zakelijk,
bewustzijn, iets wat heel iets anders
is
is
het volstrekt nood-
op het terrein van ons
dan ons verstand, en zeer scherp
is
ons verstand moet onderscheiden.
van
III.
Verstand
is
ons en naar ons
bij
spraakgebruik een functie van de hersenen van het hoofd, van ons denken,
om
en dat als zoodanig buiten het hart
Maar
zoo
gebrachte
van
besef
en tegen het hart in kan gaan.
bewustzijn niet. Ons bewustzijn
ons
is
leven, in verband ook
ons
Vandaar dat de Heilige
is
het tot helderheid
met wat buiten ons
is.
„bewustzijn" meest aanduidt door op
Schrift dit
het ha7-t te wijzen en van het hoofd bijna altoos zwijgt.
den mensch een leven, en er
Er
is
in
komt
in
hem
het
leven,
er
invloed
die uit het water vanzelf
op,
maar
besef.
beeld schiep, heeft Hij, die zelf bewust
trek van geüjkheid
een
derhalvp
Gods
beeld
en
het leven komt ons
gelijkheid,
een
Hij ons naar
ook aan den mensch dezen
is,
Ons bewustzijn geschapen
uit ons
die
is
is in
ons
naar het
zijn
Overmits nu ons bewustzijn van ons leven gebrekkig
we
zoolang
bleef,
zijn
Toen en omdat
zich zelven ingeschapen.
van
trek
ons
ook
bewust waren van ons
niet
naar Gods beeld, van ons hooren
om God, Adam in
alleen
met
vloeit.
onvolledig
geschapen
moest
uit
opkomt. Neen, ook ons bewustzijn
God ons ingeschapen
opzettelijk door zijn
tot zelfbesef
hij
op. Niet op de manier van geur, die uit de bloemen, of van
bewustzijn
damp,
het
heeft
al
voorzoover
is
bewustzijn van dit leven. Xiet dit bewustzijn maakt
een
bij
God, van ons bestaan
dus van wat het zegt in God een God
en
bezitten,
te
bewustzijn ook deze wetenschap bezitten, en deze
zijn
wetenschap en het aanvaarden van die wetenschap en het leven naar die wetenschap, dat was in
zondaar
een
Bij
heel
het geloof.
daarentegen
geworden.
anders
hem
èn leven, èn dus ook
is
leven
Zijn
is
een
bewustzijn
zijn
Gods beeld
van
caricatuur
geworden. Hij kan dus niet meer het besef hebben van naar Gods beeld te
Voor
bestaan.
zoover
verwrongen en verdorven wezen.
aan God, dan werkt hij
bij
God
hoort, hij
hem
tegenover
God beweert weg noch
hij
verloren
wil zijn,
God God
is
dus in
zijn
God behooren,
niet aan hij
en zegt, dan
is is
maar
Gode een hij
weg en
zich als een
bewustzijn de gedachte
hij
voelt
voelt niet dat
God
vijand. Is toch
verloren.
En
als
een
waar wat
wijl hij niet
zich ophoudt, gaat hij tegen
God
in,
en gelooft niet wat God sprak. Door leugen
een geheel andere wereld van voorstellingen en gedachten in
zijn bewustzijn in. Hij
overstaat.
tvil
Komt
hij
bindend maar afstootend. Hij
staande macht,
te zijn
gelooft niet dat
brengt
die niet
zelfbesef komt, voelt
tot
hij
En
dit
maakt een ander systeem, dat tegen de waarheid Gods
systeem
is
zoo aangelegd, dat hij gelijk krijgt en
God ongelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's