E voto Dordraceno - pagina 325
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
HOOFDSTUK V.
ZOND. XXIII.
325
ZOO ook spreekt het vanzelf dat Christus, door zijn leven te heiligen, ons
Adam
allen geheiligd heeft. Gelijk
We
Christus voor ons allen.
voor ons allen rekende, zoo rekent ook
kunnen
nooit een eigen rekening hebben.
Adam
rekenen altoos naar ons Hoofd. Zoolang we nog in
maar ook zoodra we
zijn
We
naar Adam,
naar Christus.
in Christus zijn ingeplant
Indien Christus, gelijk zoovelen thans door dwaling leeren, een mensch naast andere menschen, een persoon onder andere personen ware geweest,
dan
de
is
men
aanklacht van „bloedtheologie," die
volkomen
slingert,
ons naar het hoofd
haar recht. Ware toch Christus een persoon naast
in
andere en onder andere personen, dan kon Christus nooit voor u de wet
maar kon
volbracht hebben,
ware het
het dus ondenkbaar geweest, dat Hij voor u gestorven ware, want
dooden
van
Maar
een onschuldig persoon in de plaats van een schuldige
maar
nooit recht,
is
Hij die alleen volbrengen voor zich zelf, en
stuitend onrecht.
daarom heeft de Gereformeerde kerk
juist
dan ook steeds zoo
er
op gestaan, dat we nooit zouden zeggen: „Gods Zoon heeft een menschepersoon,
lijken
De
persoon
neen,
maar
heeft de menschelijke
hem
bleef
de
in
Persoon
natuur aangenomen."
des Zoons, en wat
hij
aannam,
was niet één menschelijk individu, maar omer aller menschelijke natuur. Zoo alleen kon
Deze
ons Hoofd en onze Wortel
hij
nieuwe
nu van het herschapen en herboren menschelijk
wortel
Daarom
geslacht was volkomen gaaf en heilig.
Heiligen
Wat
Geest.
kindeke
uit
is
hij
Maria geboren wierd was
ontvangen van den
heilig.
En omdat
dit
Maria Gods eigen Zoon was, kon deze wortel nooit ongaaf
van
worden noch verkankeren. Hij was van eeuwig
zijn.
heilig te zullen
heilig en bezat
En
blijven.
den goddelijken waarborg
overmits hetgeen op een heiligen
wortel bloeit zelf niet anders dan heilig zijn te», zoo lag in dezen heiligen wortel als
hij
tevens
de
zelf
heilig
was,
kon
Christus
vanzelf.
waarborg,
dat
al
niet
anders
hem
wie
zou opwassen.
De
zou zijn ingeplant, heilig,
wetsvolbrenging spreekt dus
dan naar het recht Gods leven. De
volbrenging der wet was in zijn heilig wezen gegeven. Slechts op tweeërlei
Vooreerst
hierop,
kwam
het dus aan.
dat de schending van
Gods
recht in
Adam
geboet
zou worden, en ten tweede, dat de geroepen kinderen Gods in dien nieuwen wortel zouden worden ingeplant.
Ter toen
wille
hij
over
zonde
van het eerste kon het niet anders, of de Middelaar moest,
onze natuur had aangenomen, door den dood, dien wij in
Adam
om
onzer
ons wil.
hadden
En
ingeroepen,
toen
is
overkomen
worden.
het, niet een bijzaak,
Hij
stierf
maar de doorbreking van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's