Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 362

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 362

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIII. HOOFDSTUK IV.

356 reeds

Hij,

vóór

vleeschwording,

zijn

om

wat Hij van nature was, maar

God den Vader

verordineerd

als

om

Middelaar zou blijken, van

onzen Plaatsbekleeder,

tot

is

in zijn persoonsexistentie, niet

wat Hij

d.

tot

i.

onzen

Profeet, onzen Priester en onzen Koning.

En

Vader of de Heilige Geest,

de

Zoonschap was, waarom

ten derde, dat het juist zijn

Gods

deren

doen

te

in onze natuur inging,

aannemen

en

eigenen

zijn

en niet

Hij,

om

ons tot kin-

heelde

gelijkvormig

maken.

te

VIERDE HOOFDSTUK. Zoo wete dan zekeriyk het gansche huis Israëls, God hem tot eene Heere en Christus gemaakt

dat

heeft, namelijk

dezen Jezus dien

gi)

gekruist hebt.

Hand.

weder

Al alleen

De

de kerke Gods van haar Middelaar, dat

helijdt

is,

niet

„Gods eengeboren Zoon", maar ook onze Heere. „Heere"

ni: 14

Verbondsnaam,

niet de goddelijke

is

gelijk die in

ligt geopenbaard, en in onze Statenoverzetting niet Je/iova^,

onderscheiding met kapitale

ter

hij

36

2:

letter,

Heere geschreven

wordt.

Exod.

maar

Wat

in

1 Cor. XII: 3 door den heiligen apostel beleden wordt, „dat niemand kan

zeggen de

Jezus den Heere

heilige

Jezus, dien

valt

zij

op den

doelt

te zijn

Petrus

apostel

dan door den Heiligen Geest"; en wat

op den Pinksterdag jubelde, „dat God dezen

gekruist hadden, tot een Heere en Christus gemaakt heeft",

naam van Heer

in eigenlijken zin, gelijk er telkens sprake

van een „Heere des huizes" (Matth.

XIU:

27) en gelijk de Koning

der koningen ook tevens Heere der Heeren wordt genaamd.

„Heere"

wordt

drukken wat God eeren;

de bij

Zone Gods genoemd, Maleachi

om daarmee

tot Israël zegt:

ben Ik dan een Heere, waar

is

hetzelfde uit te

„Een knecht

zal zijnen heer

mijn vreeze? zegt de Heere der

heirscharen."

Nu „heer

ook

kan des

men

„heer"

over

iets

zijn

huizes" zijn óf doordien

men

doordien

men

het

huis,

uit tweeërlei oorzaak. zelf dit

huis

gebouwd

Men kan heeft, óf

hoewel het door een ander gebouwd was,

van dien ander kocht, geërfd of ten geschenke ontvangen heeft. Feitelijk

kan men het ook

door

roof

dan door recht verlost wordt,

worden; maar overmits Sion nooit anders is

dit hier vanzelf buitengesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 362

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's