E voto Dordraceno - pagina 328
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
weet
gedachtenkring
te
zijn
den
II.
wennen aan
indien ze van lieverlee
ontsluiten;
en zedelijke denkbeelden, die in deze drie stukken
de hoog- godsdienstige
begrepen in
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
330
en indien ze van geslacht op geslacht gaandeweg
;
inhoud
rijken
er
van indringen, er
iets
iets dieper
meer van beginnen
te
verstaan, en er iets krachtiger door worden bewerkt.
mag
Zelfs onder ons
Die drie stukken moeten ook in de meest ontwikkelde kerk het
worden.
gemeengoed van
eenvoudigsten
de
;
de band der eenheid
maakt dat een
die
gelijke prediking voor allen mogelijk
vinden ze elkander weder; en veilig
met de
mag
Christelijke religie is tot stand
beweerd, dat in kringen waarin is,
gekomen. Juist door
stukken: Gebod, Geloove en Gebed heel
nog
blijft.
verschillen, in deze drie stukken
deze drie stukken in hun samenhang vervreemd
van
en die aan
;
;
Waarin de Christenen ook op de aarde
men
gemeente verbindt
in de
die de diepst
;
oud en jong, één gemeenschappelijk uitgangspunt biedt bovenal
allen saam, taal,
geloovigen zijn
alle
met
ingeleiden
één
de grondslag van deze drie stukken nooit verlaten
zijn
inhoud
te
de breuke
om
deze drie
groepeeren, of liever
deze drie stukken heel zijn inhoud af te leiden, handhaafde de
uit
Heidelberger
historisch Christelijk karakter, en verschafte hij zich den
zijn
waarborg van voor lange eeuwen en onder
Komen we nu
van natiën bruikbaar
tal
op het wezen zelf van het Gebed, dan
is
te zijn.
het volkomen
plaats afvraagt,
men vooral in een Gereformeerde kerk zich in de eerste waarom toch het Gebed ons Christenen van noode is.
Het hgt
in
dat
natuurlijk,
des
.
toch
en
Heeren,
den aard der zaak, dat diep ontzag voor de majesteit een
besliste verfoeiing
voortvloeiende
daaruit
Pelagianisme soms onwillekeurig de vraag in de bid ik nog ? Of,
Vader
in
en
mijne
dan
tong
spreken
niet
Heere,
zie
Psalmist Gij
gedachten
mijn
en
:
:
voor
vragen
om
wat ons
dat ik alle deze
haar
schoot
speelt,
hart, en
zong: „Eer er nog een woord op
een
God,
die beter
verderfelijk zou zijn,
afbidden wat ons ten zegen zou gedijen!
aan
toch
alle
Waarom
weet het alles"? Waartoe dan dat
ons bidden en begeeren soms niet
is
van
Weet dan mijn
dan
ik zelf,
bovenal de nooden van mijn hart en leven kent?
dien, hoe onzuiver
dat
doet oprijzen
bid, niet reeds vooruit,
ik
zooals
niet,
is,
van
gedachten
we
eer
ziel
eigen woorden te spreken
in Jezus'
hemelen,
de
het
is
om
van noode heb? Kent en doorgrondt Hij dan niet mijn
dingen
.
En
immers
?
uit-
de
Boven-
Hoe vaak
zullen
en zullen we van ons
nu, een moeder zal het kind, niet doen, naar dat spelend
kind in zijn dwazen inval begeert, maar, omgekeerd, zooals ze zelve weet, dat
voor haar kindeke goed en nuttig
kleiner,
dwazer
en
onvernuftiger
is.
En
zijn wij
dan niet nog veel
voor God, dan zulk een spelend wicht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's