E voto Dordraceno - pagina 193
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK niet
van hetgeen buiten den mensch
alleen
toegebracht,
den akker
uit
;
zelf
helpt de vrucht voortkomen van den
hij
nog slechts
hier
treedt hij nog in veel sterker
dat
bouwde,
hij
kan die
zelfs
linnen dat
bij
actie
een doek dat
hem
wierd
mate
zijn
in
dien
een wapen dat
bij
plant
hij
het oog springt,
oorsprong en bewerker op
als
weefde,
hij
boom
helpende hand
bij
een huis
smeedde. Soms
hij
van den mensch zoo overwegend worden, dat het schijnt of schepper optreedt,
hij in letterlijken zin als
boek dat
ontstond en
maakt, of helpt uitkomen. Hij helpt het graan uitkomen
En waar
en verzorgt.
om
van het vee zijner kudden, maar geldt evenzeer van
zooals
wat de mensch
195
II.
b. v. bij
een gedicht dat hij zong, bij
schilderde, bij een muziekstuk dat hij componeerde, bij een
hij
schreef; altegader producten waarbij ge bijna niets anders be-
hij
En
speurt dan menschelijke actie en zijn afhankelijkheid bijna niet uitkomt.
hoe
toch
mensch 's
breed
ook
zich
toch
teekene,
toont
menschen vrijmacht
God
dergelijke producten de actie
al
bij
nadenken
eenig
slechts schijnbaar
alleen doen groeien;
om
onmachtig
niets
voort
een
enkelen
brengen,
te
en
is
De mensch bouwt een
dat
God
over dezen steen, dat hout, dat ijzer gegeven heeft. Zoo
én van dat
de
wol die
En
zoo
is
hij
spint,
geheel gebonden aan de ordinantie, die
ijzer
en met het linnen, dat van
Wie
en van
hem
onafhankelijk, bestaat.
wereld
van
tonen,
waarin
hij
hij,
ding
is
waarover
zijn
geestelijken
grooter
te
meester
beheerschen,
hem,
Wie componeert, componeert met een niet het minste
hij
met
het
dicht of schrijft, dicht en schrijft in een taal, die buiten
wereld
waar
zijn
is
weefgetouw komt.
met het product van
het ook en niet minder
arbeid.
deze
maar
de bewerking én van dien steen, en
van
hout,
alleen
huis,
enkel stuk hout of ijzer uit
een
steen, bij
maar
zaaien,
maar God
de boomgaardenier kan planten,
de vrucht aan de takken doen rijpen. is
hoe ook hierbij
terstond,
De landman kan
is.
van den
is,
hoe volkomener
zeggenschap heeft, en hij
in
de wetten, die
inleefde, en er zich aan onderwierp.
En
zelfs
die in die taal, in die tonenwereld, in die wereld der verbeelzelf genie verraadt
ingeleefd,
en talent ten toon spreidt,
dat genie en dat talent niet zijn eigen schepping,
is
maar hem van God
ook ge-
geven, en dus gebonden aan de mate, aan het perk, en aan de ordinantie,
God er voor gaf. De pottenbakker wordt in Gods Woord
die
steeds aangehaald, als de meest vrije
bewerker omdat het leem bijna waardeloos
men
of niet te vormen, zoo of anders te
breken.
Maar
leem, dat in dit
zelfs
God
leem
de pottenbakker
voor
inzit
;
is
is
en
hij
macht
heeft,
om
het te vor-
vormen, en eens gevormd weer
en
blijft
hem scheppen moest
;
te ver-
toch altoos afhankelijk van het
afhankelijk van de geaardheid die
afhankelijk van de schijven, waarop
hij zijn
vaatwerk
afhankelijk van het vuur, dat zijn leemen vaatwerk hard zal
drijft
maken; en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's