E voto Dordraceno - pagina 307
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV&. HOOFDSTUK IV. bleef; en dit
nu
309
het wat Gods kerk mede door haar scherpe en gesta-
is
dige Wetsprediking heeft teweeg gebracht.
Doch ook hiermee bekeering
de
Soms
ja
punt nog niet afgehandeld. Immers ook door
een kind van God volstrekt niet
is
hij
rijdt
dit
is
band voor hem overbodig geworden. Maar
doof
aan het oor des geestes, en
is
hem
booslijk in
En
opwerkt.
is
alle
kwijt.
uitwendige
hier staan andere dagen tegen-
waarop de geestelijke aandrift sluimert, zoo niet
over, hij
oude natuur
zijn
op de hoogte van Gods bergen, en
zijn
slaapt.
Dagen, dat
onbekeerde oude natuur weer
neemt dat weeropleven van de oude na-
al
tuur dan niet die bange evenredigheden aan van vroeger, toch kent Gods kind eiken dag, ja elk uur schier, het weer opwellen uit de onzalige fon-
binnen van
daar
tein
naar
buiten
Geestes. Zelfs
geest in
zonde
hem
is
er
traag
overwinning
telijke
laat
toegeeft.
staat het leven het hoogst, als
met het gebed, om Gods
weerstaat
uit
tot
en in de hoogheid des
uit geloof,
wil,
Gods kind dan
dan alleen waarachtige overwinning. Maar is,
nu de
als
en het vleesch
hem
sterk prikkelt, en er van gees-
kan
zijn,
is
geen
sprake
schrik voor de Wet, dan dat
Zeker de volmaakte
van God kan zeggen, dat uur
gedachten en booze geesten, die
allerlei onheilige
Nu
willen.
liefde
hij
liefde
volmaakte
werkt?
hij
Wat
;
maar welk kind
liefde staat,
en van
zijn er niet toestan-
den van inzinking en gemelijkheid, oogenblikken van hartstocht en van
uren
tot zwijgen
is
uit liefde voor
niet uit
vervallen
God, niet
drang des geestes;
de strafwet
hem
Gods
o,
om
kind, zonder den schrik der zou.
Dan
niet,"
neen,
maar
en was der
Wet
in al-
Gods kind het kwaad
hem
zeer plat en gelijkvloers, zijn
naam
omdat
in opspraak zou ko-
een gebit in den muil werpt.
van een „goed werk," dus, want er werkte geen wil,
laat
Wet,
Christus' wilde, niet uit dankbaarheid,
op de hielen zou zitten,
men, en het „Gij moogt
drift,
dat deze liefde soms jammerlijk
overspanning,
en
gebracht, en
schrikkelijkheden
lerlei
niet
opwinding
de
roekeloos aan de zonde
de vrees buiten
sluit
altoos in deze
uur met deze volmaakte
het toch beter, dat hij
geloof, het ging niet
volstrekt niet in alle deelen conform.
Niets
om Gods
Maar ook
zoo
Wet hem in zijn wildheid staande hield, zijn oude natuur in den band hield, en hem voor de onteering van Gods naam behoedde. En daarom dankt Gods kind dan ook van achteren zijn Vader, die in de hemelen is, dat Hij hem niet losliet is
het dan toch een uitwendige zegen, dat de
maar, ook toen
Wet
hij
dwaas was en dwaas
wilde, door
den teugel van
zijn
in het vaste spoor hield.
Op
die wijze ziet ge, hoe zelfs de uitwendige werking
van de Wet, met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's