E voto Dordraceno - pagina 65
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
demon van de
tegenover het absolutisme der vorsten de
dat
natuurlijk,
67
IV.
hoofd
het
volkssou vereiniteit
Nu toch werd zulk een vorstelijke man of van één huis over heel de
opstak.
souvereiniteit de oppermacht van één
natie; en zoodra hiervan de schadelijke gevolgen tot het volksbesef door-
drongen, was het slechts natuurlijk, dat
men
heerschen van één huis
dit
over alle huisgezinnen, van één persoon over alle personen, als ongerijmd
en onzinnig
opzij
huisgezinnen
of
dachte
kan en
eeren,
Overheid
wierp, en er de stelling voor in plaats schoof, dat alle alle
de
Gods weg
souvereiniteit
Hem
doet,
Die ge-
beslissen zouden.
saam God
allen
optreedt als door
Overheid
de
zoolang
opkomen,
niet
saam de zaak
personen
om
als
souverein ver-
aangesteld.
Maar
als de
haar eigen souvereiniteit
heeft het volk tegenover den eenhng, de natie tegenover
op
te
de
dynastie gelijk, en moet wel, openlijk of in bedekten vorm, de volks-
richten,
veld
souvereiniteit
Daarom
winnen.
schuilt in dat „bij de gratie
een zoo alles beheerschend beginsel, en
is
het zulk een doorslaand teeken
zedelijk verval, dat deze formule doodliep, en
van
„God
zij
de
in
wordt.
gebezigd
klank
Dat
de
„bij
nog slechts
Gods"
gratie
troonrede,
dan de vrome phraseologie,
niets
deze heerlijke formule
staatsrechtelijk
men
meer. Als een vorst zich
werd
dit
want men verstaat
dit is natuurlijk;
noemde,
van
die
bezigt,
nemen; maar
al
om wat
valt buiten ons staatsrecht, en
ligt uitgedrukt,
zelfs niet
gunste
thans evenals het
wordt door de Overheid met die beginselen in het minst
meer gerekend. En
niet
is
als ziellooze
met ons" om onze munt, en het reppen van „den zegen Gods"
tegenover het volk zekeren plechtigen vorm aan te in
Gods"
ook
allengs
„bij de gratie
opgevat,
God had ontvangen, een
alsof
soort
Gods" zijn
die formule
keizer of koning
huis een bijzondere
en alsof nu
privilege,
dit
Huis zich krachtens die bijzondere gunste, de heerschappij over zulk een volk kon aanmatigen. Dat „bij de gratie Gods" zeggen wilde:
om
niet
mijn
mijne voortreffelijkheid, noch ter oorzake van de grootheid van
Huis,
instrument dit
„Ik regeer
maar
om
alleen
omdat
God
mij gebruikt als verantwoordelijk
dat volk te regeeren," werd niet meer ingezien.
En
valsch bedoelde en valsch begrepen droit divin der koningen
tegen
is
toen
de woede van het tot wanhoop gedreven volk toornend ingegaan, en heeft
een ontzettend Godsoordeel aan de dynastieën, die
Hem verzaakt hadden,
voltrokken.
Er
is
regeeren
geen „droit divin" der dynastieën, maar een
van
alle
Overheid,
regeeren precies evenzoo is
bij
in
Huisgezin en Staat.
bij
de gratie Gods
Vader en moeder
de gratie Gods als de vorst op zijn troon. Dat
de souvereiniteit in eigen kring, die van
God
uitgaat, en in eiken kring
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's