E voto Dordraceno - pagina 392
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
394
ZOND.
uw de
God
dat oogenblik goed voor
op
ziel
XLV. HOOFDSTUK X.
conscientie
u heilzaam. En
is
ring gewillig, dan
is
wilt ge
maar
is;
die veroordeeling in
ondergaat ge die vernede-
dat,
het Gods genade, die u vaak den zegen verleent, dat
Hij u door gebed en lofzang opheft, en u huiswaarts doet keeren in een
stemming van uw
verhoogde
Ook
Vader.
En
nu
zoo
komt, maar vraagt van u dat
kerk
de
hart.
is
gij
u naar
uw
ken, zoo ge dat niet kunt u door dit gebed in
op
opheffen
zult
dit
met het Onze wanneer ge in
zijt,
gebed zult schik-
conscientie zult laten
en voorts, mits ge in den weg der gehoorzaamheid ingaat,
veroordeelen,
u
het ook
schikt zich niet naar u, zoo als ge
dit
hooger
standpunt,
geestelijk
dan waarop ge eerst
stondt.
Natuurlijk
het juist daarom zaak, dat het Onze
is
vraag:
de
daarom
maar langzaam en op plechtigen toon worde
uit-
de quaestie niet die ons thans bezig houdt.
Op
wie het Onze
onder ons moet bidden, antwoorden
we
maar
Vader
En
kortaf: Heel Jezus' kerk op aarde.
bidden: Buiten genade niemand, Hierin
opgesloten, dat
ligt
we ook voor het
een vaste gewoonte van maakt,
om
overhaasting, niet gedachteloos,
maar
Vader
is
ma^
te bidden, zal er
privaat gebruik het
Wie
stil
en
er zich
minstens eenmaal eiken dag, niet in ernstig, en zoo dat de ziel er in vloeit,
ongemeenen zegen op ervaren. zijn,
Maar,
en gewaardeerd worden,
van God u gegeven gebed, als een u toegestane practijk der godzalig-
als een
door
:
zeerste aanbevelen.
gelijk gezegd, dan moet het ernstig bedoeld
heid,
op die vraag wie het
ook de allerheiligste niet.
plechtig bidden van het Onze Vader ten
het Onze
in de kerk
dit raakt
nooit afgeraffeld worde,
gesproken,
Vader
een
als
uw
dagelijksch
medicijn u voor
uw
geestelijken nood gereikt
Heiland.
Ome
Vader
in enger zin aanleiding geeft,
Een
laatste vraag, waartoe het
zijn
rapport tot de Wet, en de indeeling er van. Dat er nu zeker rap-
port tusschen het
Veeleer
mag
Gebod en het Gebed
aan het Gebod het instrument niet
ven zelf
in het
niet
alleen
ontkennen we
in het
minst niet.
te
Gebed de kracht
bezitten,
kan toekomen.
en die
Maar
en
bezwijkt, wordt juist daardoor uitgedrete
gaan zoeken,
hem daarom dit is
het
uit
niet,
van zich
die hij gevoelt
de Bron van alle kracht
wat diegenen bedoelen, die
wanen zeker rapport tusschen de Wet en het Onze Vader ontdekt
Wat
Wie
zijner geestelijke kracht bot heeft geslagen,
meer kan, en voor de Wet
om
bestaat,
gezegd, dat uit het Gebod de drang tot het Gebed opkomt.
te heb-
willen
is,
dat de afzonderlijke beden slaan zouden op de
afzonderlijke geboden.
En
zulk rapport
ben.
men
zij
nu bestaat eenvoudig
het toch zocht aan te toonen, werd
men
gekunsteld.
niet,
Wel
en waar
is
er tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's