E voto Dordraceno - pagina 95
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK kelen
maar hem
zult,
waar
bijstaan
daarom
bestel afleiden en
neemt die
zij
voor wie onze vijand
is,
toeh
komen
gebod
dit
om
dan
lichter
kan.
het
waarvan men
hart
eigen
we
nooit
weg konden deze
in
uiten,
in
dragen,
nooit
er
aanraking
algemeene
vage, al
van
kringen, waarin
Er tie.
één
is
liefde
1400 millioen
gezien
men met
meer rekent
;
die ons dus nooit iets in
Men
Maar nu komt het
die
den
maakt dat
zich
nooit eenige zedelijke kracht kan
drijft,
bestaat in zekere betaling van bij-
geslacht
men
of haar kerstening op het oog
Er
dit.
zijn
ook in ons land wel
de Christelijk religie en het Evangelie ter behoudenis
maar waarin men toch gaarne nog eenig geld
de Heidenen missionair te bewerken. Dat volgt niets uit.
Al
heeft.
hebben, die we nooit zagen, met
voor algemeene vereenigingen die de ont-
klein,
menschelijk
het
eer,
met zekere algemeene
koestert voor
millioen
lief te
hebben. Ook aan de zending merkt
om
de
vleien,
te
men
kwamen, en
waartoe ze ons
meest nog zeer
bijna niet
om
haar te sterken. Niets
leggen, kost ons dus niet den minsteti strijd. Dit
en dat
wikkeling
die
liefde,
millioenen en nogmaals millioenen
wie
om
breken, dan
te
sympathie en
belangstelling,
menschen,
vrije
natuurlijk uit vrije wilskeus nooit tot een liefde
van algemeene menschenliefde bazelt strekt dan ook
van
ordinantie
hooger
een
zonder
geen ander motief vinden dan de
neigingen
en
dood, daar
Wat men
doen
luil
echter aan de vijandsliefde eet deze Pelagiaansche ethiek
Juist
den
zich
om Gods
saambindt, en kan daarom voor de zedelijke beseffen en
uitingen
zedelijke
ding
Pelagiaansche ethiek daaren-
mensch tegenover den mensch,
den
hem
alle
De
aflaten en naar zijn ordinantie afmeten.
wilkeus.
heeft.
neer, dat wij onzerzijds alle verhouding uit
hierop
ethiek
Gods vrijmachtig
macht
uwe hulpe van noode
hij
komt dus de tegenstellingen tusschen de Gereformeerde en de
Altoos
Pelagiaansche
tegen
97
I.
is
geeft zijn bijdrage en
geeft,
dan zonder consequentie.
stilt
daarmee
zijn consciën-
herhaaldelijk voor, dat deze soort lieden, die
uit,
zoo sterke algemeene menschenliefde ook aan de zending meedoen, in
o,
hun eigen omgeving
zich gedurig aanstellen, als personen, die een belij-
der van den Christus niet dragen of zetten kunnen. Ja, zelfs onder hen, die
met ons den Heere Christus
de
Javanen
en Sladoereezen
medebelijders in
o,
hun eigen stad
belijden, zijn er niet weinigen, die voor
zoo
warme
of dorp,
liefde koesteren;
omdat
en die hun
ze niet in alles
met hen
meegaan, niet aanzien, met achterklap vervolgen, ja soms haten met den bittersten haat. die
algemeene
En wat nu
is,
menschenliefde
waar het zoo tegenover den naaste toegaat, anders
dan
een
klank
zonder
phrase zonder kracht, een opwelling zonder hart er in ? Ja, E VOTO DORDB. IV.
om
zin,
een
het kort te 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's