Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 84

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

84

XX. HOOFDSTUK

ZOND.

vreugde

lijke

onze

in

eigen

God

ons hart kan wederkeeren, tenzij

in

ons

indringe,

ziel

God den

dat rijk bezit van

door

II.

innerlijk

maken, en

te

wier wateren vloeien

met nimmer eindigende weelde.

Komt nu eenmaal zonder

heilig,

in ons een fontein te

doen ontspringen,

de ure, dat alle zonde wegvalt en of rimpel voor

vlek

om

toespreke en vertrooste,

Heiligen Geest in ons, aan alle gevoel

van gemis een einde

en

zelf tot ons inga,

Gods troon zullen

we geheel

rein

staan, dan

zal

natuurlijk dit inwonen van den Heiligen Geest in ons niets zijn dan een

volkomen ontplooiing

Nu

van het beeld Gods.

in ons

nog aanhoudt, en nog nawerkt, en nog scheiding

nu de zonde

in ons teweegbrengt,

omen

Heilige Geest in ons eigen hart bij en tegenover

de

treedt

echter,

nu

eigen

geest op.

Telkens ervaren we dan ook die tweeheid. tusschen

scheiden

We kunnen zeer

scherp onder-

tochten en influisteringen van

booze

de

omen

eigen

en de heilige goddelijke inspraak in ons van den Geest des Heeren

geest^

Heeren. Zoo draagt dus

werken van den Heiligen Geest

dit

met-

in ons

terdaad het karakter van een inwoning. Onze eigen geest weet zeer wel, dat er drieërlei sprake in ons hart omgaat. Vooreerst de sprake van onzen

Dan

eigen Geest.

in booze,

bange oogenblikken het

van den Geest

gefluister

van Satan. Maar dan ook geduriglijk de inspraak van den Heiligen Geest.

Het kwam dus metterdaad, zou

God

En

overmits nu niet de Vader en niet de Zoon,

den

van

bewustzijn

inwoning

Wezen

in

ons

is,

zelf in

naam

zijn,

maar de

Heilige Geest in

die de verborgen levensvonk in het

mensch

enkelen

God

van

die persoon

in

ons eigen binnenste aan.

een

het Drieëenig

meer dan

er vertroosting

en inwonen van

inkomen

op

houdt, zoo moet deze

brandende

wel zeer bepaaldelijk een inwonen van den

Heiligen Geest worden.

den

Uit

doordringt

den Zoon kracht, en

Vader

met

ons zijn

is

alle

nam

het al en de Vader draagt ons en omsluit ons en zijn

almogende en alomtegenwoordige kracht.

Door

dingen en de Zoon draagt ons door het Woord zijner

onze menschelijke natuur aan, en

is

het Hoofd des lichaams

geworden. Maar persoonlijk, in het bewustzijn van den enkele, achter het gordijn

Niet

Zoon van

van de mysteriën onzes gemoeds dringt alleen de Heilige Geest. natuurlijk,

uitsluit.

Van

alsof

dit de heilige presentie

uitsluiting

den Heiligen Geest

is

den Zoon. Alleen maar het alleen

door zijn

komen dat

den Zoon bestaat.

kan

altoos tegelijk een is

altoos de

er ook

van den Vader en den

hier geen sprake zijn.

In het komen

komen van den Vader en

Heilige Geest die komt, en het

is

gemeenschap met den Vader en met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's