Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 534

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 534

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK

536

ure van zijn doorbrekend geloof.

de

en

donkerheid

geloof

is

dan

de

in

de donkerheid van

dan

blik

en

in

zelf

zoo

rijk

ook

er

is

van de eerste hart

deze

een

het

eerste zien

aan

nooit

te onderscheiden,

waarin

zoo

stijgen

daarna

weer

in

de

uitdooft;

kan

dat

is.

en

Dat licht

telkens

niet;

veeleer in beginsel

gelijk,

maar toch even

vriendelijk

verdrijft,

onkenbaar maakt.

middelpunt van ons hart

het

eerste

noodzakelijk. "Uit datzelfde

en zalig die vonk van het geloof allerlei

gassen

booze

nevelen op, die de vlam van het geloof doen tanen. geheel

toe,

van het

donkerheid

alle

duisternis

alle

daad

primordiale

tweede,

namelijk,

blonk,

over

ziel

eigen hart; een licht dat in dit eerste oogen-

opvlammen

heilig

hem

verzoening

de

vloeit

en heerlijk glinstert, dat het

eerste

Maar behalve

zijn

het tot dusver in zijn

vonk, die in zijn ziel ontstoken

vreugde

onuitsprekelijke

zijn

de

glinstert

het

Dan was

maar nu

duisternis,

in

II.

Met

donkere

en

dat die vlam ooit

maar wel dat de vlam

kleiner wordt,

onhelderderjschijnt, en als het ware weer tot een gloeiende vonk inkrimpt.

Daardoor mist ge dan het genot van het lichteen

sluipt de droefheid der

Nu

zou die vonk uitgaan,

ziel

weer over de blijdschap uws harten heen.

Jezus ze niet aanhield, doordat^hij voor u bidt. Maar juist

als

van

gebed van Jezus ontstaat er nu een

dat

als

vrucht

een ^worsteling tus-

strijd,

schen die vonk en die haar omzwevende nevelen, en, omdat ge een kind

van God tegen

zijt,

die

strijdt

ge in dien strijd tegen die nevelen mede, en de strijd

opstijgende

nevelen uwer zonden, dat juist

is

uw

telkens terug-

keerend schuldbesef, en daaruit klimt telkens weer de bede op

:

Vergeef

ons onze schulden."

TWEEDE HOOFDSTUK. Mijne zonde maakte

il;

U

bekend, en mijne on-

gerechtigheid bedekte ik niet. Ik lijdenis

van

mijne

zeide: Ik zal be-

overtredingen doen voor den

Heere; en Gy vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde.

Psalm

Een gedurig gebed om de vergeving onzer zonden

blijft

82: 5.

dan, gelijk

we

zagen, tot aan onzen dood toe geboden en noodzakelijk.

Dit nu geldt in drieërlei opzicht.

Tot aan onzen dood toe moet gebeden, ten eerste

om

de vergeving on-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 534

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's