E voto Dordraceno - pagina 326
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XII. HOOFSTUK
320 Melchizedek
en
nabloeide;
nemen en
het over te
dat
Aarons priesterschap, wel verre van
hij
bestendigen, afschafte en
te
Als Christus zoo gedurig er van spreekt, dat
^de
waarheid
is",
en
wat
maar moet
moeten doen", dat
meer
dies
VU.
worden
dit verklaard
„Koning
hij
dan moet ge
zij,
uit
tot
hij „rfe
zijn einde bracht.
waarheid
in het rijk
dit nooit
is",
dat wij
der waarheid
wijsgeerig verstaan,
de tegenstelling met de schaduwen
en ceremoniën.
De
dienst der
schaduwen was het omgekeerde van de waarheid, en
En
het afgietsel, de schijn er van.
schaduwen
af
te
de Middelaar die thans kwam,
slechts
om
schaffen en te vervullen, was dus in tegenstelling
schaduw de waarheid
dien ijdelen schijn en die afbeeldende
Aarons priesterschap
nooit anders
is
dan een
die
met
zelve der dingen.
schilderij
aan den wand
geweest, en toen nu de echte priester, wiens beeld dat schilderstuk uitdrukte,
kwam, had dus
zelf
man
heel Israël zich terstond van het schilderstuk naar den
dien het afbeeldde moeten wenden. Doordat het dit niet deed, toonde
het
dat
het,
het
geestelijke
zijn schilderij
aan den wand niet eenmaal verstond en er den Middelaar niet
van
beeld
met geweld van den wand gerukt en
dat dit schilderstuk ten slotte
vernie-
moest worden. Het voorhangsel des tempels scheurde. De tempel
tigd
En
vuur verbrand.
in
Vandaar
in gelezen had.
de priesterlijke tabberd van Cajaphas
is
spoorloos
is
verdwenen.
Welke was nu de taak punt
dit
van
door alle
is
Dordt
schen
en
die op
den Christus
eeuwen heen
als priester rustte ?
daarna bestond hierover verschil van gevoelen
Maccovius
Over
veel getwist en zelfs nog op de Synode o.
a.
tus-
Wallaeus, de destijds zoo kundige hoogleeraren te
en
Franeker en te Leiden. Dit geschil ontspon zich naar aanleiding van de woorden, die thans in
22 van onze Confessie aldus luiden
art.
rekenende
alle zijne
ons en in onze plaats gedaan heeft,
Men was
doening en voortredinge getornd.
„Maar Jezus
Christus, ons toe-
is
hij
voor
onze rechtvaardigheid."
het er namelijk geheel over eens, dat Christus gestorven was
om
onze zonde en nu leefde
voor
:
verdiensten en zoo vele heilige werken, die
Maar wel
kon
bij
voor ons te bidden.
den Vader stond
men
vast.
De
lijdelijke
Daar wierd
niet
vol-
aan
het niet recht eens worden over de vraag
of de Christus ook de wet voor ons volbracht had, en of derhalve ook zijn heilig leven plaatsbekleedend voor ons
was geweest.
Zeer terecht triomfeerde in onze Confessie het gevoelen dergenen, die dit
beaamden, en sinds
De
kerk belijdt én de
is
dit
dan ook
lijdelijke
belijdenis
van onze kerken gebleven.
én de dadelijke gehoorzaamheid van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's