E voto Dordraceno - pagina 167
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
:
ZOND. XXI&. HOOFDSTtTK
XV
Job
lijke
5
:
167
II.
„Gij hebt de tong der arglistigheid t^erAroren," Ps.
:
CXIX:173:
30: „Ik heb verkoren den weg der waarheid;" Ps.
uw bevelen;"
verkoren
En
verkoren."
niet
LVI
Jesaja
4
:
Spreuk.
1:29: „Ze hebben de
CXIX „Ik heb
vreeze des Heeren
vooral op de leerrijke toespraak des Heeren in
lette
„Alzoo zegt de Heere van de gesnedenen, die mijne Sab-
:
baten houden en verkiezen hetgeen waartoe Ik lust heb en vasthouden aan
mijn verbond." In het Nieuwe Testament staat de zaak eenigszins anders. Het Grieksch e^n
heeft
woord,
eigen
dat zinrijk en beeldrijk het
Oud Testamentisch
denkbeeld van Bachar uitdrukt, en bezigt nu een geheel ander woord, dat „uitlezen'' beteekent: eklegein, saamgesteld uit ek, dat uit, en legein,
Toch hebben de
lezen beduidt.
genoeg
niet
dit
zei,
heilige apostelen
en deswege meermalen het begrip van „verkiezen"
nemen" enz.be-
uitgedrukt door andere woorden, die eigenlijk „voor zich
Waar
teekenen. verkiezing"
echter
in
bezigen
staat,
onze zij
Statenoverzetting „uitverkoren" of uit-
vast
en
zonder uitzondering het woord
bedoelen dus kennelijk dat er meerderen
en
^uitlezen"
(ia,t
soms zelven gevoeld, dat
en dat aan
zijn,
een deel van deze velen voorkeur wordt gegeven. „Voorkeur" echter niet in
den
zin,
waarin
u
maar
het
ze
om
uit
die
tien paarlen uit
honderd
uit te
nemen,
beste aanstaat, het meest toelacht, en het schoonste dunkt;
den zin van majesteit, zooals den vorst uit eene menigte armen,
in
zonder
om
een magazijn binnengetreden,
u honderd laat voorleggen,
te kiezen, er
wat
gij,
eenige
met
zijn
voorkeur
in
de personen
vorstelijke gunst te
zelf,
er een tiental uitkiest,
om
begenadigen en ze eerst daardoor boven
de anderen te verheffen.
„Voorkeur" gelet,
er
is
dus zeer zeker, maar, en hierop dient van meet af
voorkeur die er niet, eer de Heere kiest, in
zijn keuze inkomt. Hij schenkt geen voorkeur
is,
maar
aan wat
er
is,
die er door
maar maakt
dat er voorkeur komt door zijn keuze.
De op
Verkiezing gaat daarom in het Oude Testament uit van
Isaak
Abraham
en Jacob; zoo op Israël; in Israël op Juda en Levi; in Juda
op den wortel Isaï
;
en onder Davids heerschappij op Jeruzalem. Maar in
elk dezer verkiezingen ligt in de verkiezingen zelve de scheppende daad,
waardoor de voorkeur ontstaat. In
Abraham
Abraham
lag
veeleer
wonder Gods
uit
zoo
weinig
met Sara
de
van een heerlijk zaad, dat
profetie
kinderloos bleef. Isaak
komt
alleen door een
de verkiezing zelve voort. Jacob en Ezau omstrengelden
elkaar in eenzelfden moederschoot, en Jacob
is
de verkorene eer de kin-
deren noch goed noch kwaad gedaan hadden. Juda was minder machtig dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's