Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 211

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 211

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

;

ZOND. XXII. HOOFDSTUK

Ze leerden op grond van Gods Woord, zoowel dat eeuwig

voor

slissing

gevallen

het sterven de be-

bij

dat in den dood het wonder der

als

is,

211

III.

algeheele heiliging aan al Gods kinderen voltrokken wordt.

Maar

neemt

dit

weg dien

den

loopen.

niet weg, dat er alle

we

de mogelijkheid bestaat, dat een zondaar

aarde

op

moet ook op dien weg,

die achter het

na

den

dood

van

bekeering

voortschrijden

andere

zijde

blijven.

En

van

tot gerechtigheid, zoo

moet ook aan de

graf gestadige voortgang in heiligmaking mogelijk

het

gelijk hier

schuld

plage

van gerechtigheid

op aarde, zoo leerde een derde, in velerlei leed en

geboet wordt, zoo ook moet aan de overzijde van het graf

een plaats gesteld, waar de beker des lijdens de medicijn lijden in te

gaan

men

Gelijk

blijft,

is

aan

door

dezer drie voorstellingen het denkbeeld

elk

uit het tijde-

het eeuwige, maar geen verandering in de personen der verlosten.

Op

Zooals ze hier inslapen, zoo ontwaken ze in de eeuwigheid. trap

van

zich

in de

heiligmaking,

waarop

eeuwigheid weer.

ze

bij

hun

En hiermede

hemel mogelijk wat op aarde mogelijk was, making,

om

tot heerlijkheid.

ziet,

gemeen, dat er in den dood wel een overgang plaats grijpt lijke in

hetzij

denzelfden

sterven stonden, vinden ze

overeenkomstig hetzij

blijft

in

den

bekeering, hetzij heilig-

boeting en zoen.

Uit deze algemeene dwaling nu

vuur en Rome's

ook Rome's leer aangaande het vage-

is

den voorburcht der

voorstelling van

helle

voortgekomen,

al

dient toegegeven, dat beide een onderscheidene strekking hebben.

Van

een voorburcht der helle spreken de Roomsche kerkleeraren met

het oog op de geloovigen van het zij

dat

den verlorene tot Christus plaats

Gelijk hier op aarde, zoo leerde een ander, de zielen der verlosten

grijpt.

ook

wijze,

gelijke mogelijkheid overblijven, en leerde uit dien hoofde,

ligt,

ook

er

hunne

op aarde bewandelen, ook over het graf lieten door-

hier

Gelijk

zich bekeert, zoo oordeelde de een,

graf

eeuwen door denkende geesten

die hierop een ander bescheid gaven, en elk op

zijn geweest,

Oude Testament. Met Coccejus

van oordeel, dat de weg in het heiligdom voor allen niet

ook

zijn

gelijk is

;

en

geen oog hebbende voor de Middelaarswerkzaamheid van den Zone Gods vóór

zijn

vleeschwording, achten

Oude Verbond nog geen toegang

maar na hun dood in een plaats,

loovigen van het

dat de geloovige vaderen onder het

in de eeuwige zaligheid

in een aparte plaats zijn

die ze

„gevangenisse" of

zij,

hebben gehad

saamvergaderd, en dat wel

„onder de aarde" stellen, en gemeenlijk „voorburcht",

„herberg" noemen.

Hierin, zoo

Oude Testament opgenomen,

tot

wanen

ze,

in

dit

de ge-

na de graflegging van

Christus, die toen ter helle nedervoer, straks opstond en ten

en

zijn

hemel

steeg,

opvaren „deze gevangenisse gevankelijk wegvoerde" naar den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 211

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's