E voto Dordraceno - pagina 223
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. dat er
sloten,
XXII HOOFDSTUK
een kind van God
bij
wonder
in
dat
namelijk,
zijn
V.
223
sterven een waarlijk wonder
gemeenschap
de
aan
geschiedt.
Dit
waarin
dusver geleefd heeft, opeens in den dood zelf voor
hij
van
ingeplant geloofs vermogen, opeens tot volle kracht
zijn
zonde,
hem
wordt
dat de dusver belemmerde en telkens gestoorde werking
en
afgesneden,
de
hem
bij
ont-
wikkeld wordt. Er grijpt dus niet maar een overbrenging door Gods engelen
van
naar het Paradijs plaats, neen,
zijn sterfbed
van
Heere
de
werkzaam.
kinderen
zijn
om
komt,
Hun
sterven
is
God
zelf
is in
dit sterven
het oogenblik waarin
God
een nieuwe tweeledige genadedaad aan hen te
vol-
brengen, door én het afsterven van den ouden mensch én de opstanding
van den nieuwen mensch den één en
dit bij
genade
de
geestelijk
de
zelf die
het tot volkomenheid te brengen.
den ander.
bij
Welnu,
ontving.
licht
bij
scheelt
geloofswerking
noch
sterven van zulk een wicht
het
is
en hoopt zich in het sterven
genade opeen, die aan den volwassene deels
velerlei
Wel
eens sterft een jong wicht dat wel
opeens voltooid,
zonde
der
Nu
maar nog nimmer
wedergeboorte,
der
afsnijding
in
in zijn leven,
deels in zijn sterven wordt toebeschikt. Is het daarentegen een volwassene die
sterft,
na
reeds
vroeger
dan ontvangt zulk een
zijn,
ontbrak.
nog
En
niet
in
tot
bekeering en heiligmaking gekomen te
zijn
er een uitverkorene, die wel was wedergeboren, maar
sterft
aller
dan voegt zich voor zulk een de
tot bekeering doorgedrongen,
bekeerende genade in het afsterven ook
hem nog
sterven slechts datgene wat
bij
stand uiteenliep, na den dood
komen. Nog den dag
zelf
Maar hoe
de voleindende genade. is
in allen het
van het sterven met Jezus
genadewerk
vol-
in het Paradijs.
VIJFDE HOOFDSTUK.
m
zult
rusten en zult opstaan in
uw
lot, in
het
einde der dagen.
Dan. 12
Luttel of niet
is
:
13.
het antwoord der Heilige Schrift op de vele vragen, die
plegen te rijzen omtrent de bezigheid van de zielen der in Christus ontslapenen, gedurende den staat hunner berooving van het lichaam. vast,
dat
ze
niet in een doodslaap verkeeren
bewusteloos zijn
en
genieting
geestelijke
;
;
Wel
staat
en ook vast, dat ze niet
eer blijkt duidelijk dat ze bewustzijn en kennis, bemoeienis
hebben;
alleen
werkzaamheid
maar de nauwkeurige uitwerking van deze
ontbreekt.
Zij
die in
den dood geweest waren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's