E voto Dordraceno - pagina 102
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
96
we
heerlijkheid van ons geloof, dat
God
was
Middelaar
maar
de
waarheid
heilige
„Woord" dat „Vleesch" wordt, geen wapene men
historisch
dat
om van
zedelijk leven wordt doorgedrongen,
met weerhaken
maar
niet
mensch,"
en
III.
„Uw
vernemen:
de diepte van ons
tot in
binnen in ons eigen hart
als
vast te leggen, dat er zonder een
zondaar bestaat.
heil voor een
Ook
hier echter
Kan
een bloot creatuur of schepsel den last des eeuwigen toorns Gods
tegen de zonde niet dragen?
En
en draagt dien. eeuwig
zich tegen misverstand.
Ja,
o.
want ook Satan
een bloot schepsel
is
dien toorn dragen alle gevallen engelen en alle voor
menschen.
rampzalige
Ten
deele dragen wij zelfs op aarde dien
„Door uwen toorn vergaat ons kwijnend leven!"
toorn.
Meer nog. Niet
toch
alleen
dragen kan, maar
een bloot creatuur wel terdege den toorn Gods
dat
moet dien dragen. Want zoo
hij
Men
dan ook toorns
des
last
met
nooit
daarom
lette er
kennen,
anderen
Een
te
t.
Gods tegen de zonde nooit kan
kunnen
dragen,
Oceaan,
zaak
maar
aan komt.
soo, nooit
dat
nooit voleind.
Het
de is
hand
Het
slaat,
hij
op zulk een wijs,
aan toe kwam,
er
om
Gods dragen, maar
hij
komt
is
een uitscheppen van den
omdat
hij
weet dat er nooit
willen tellen van de zandkorrelen,
als het
omdat menscheumacht
aflaat,
er niet toe reikt.
dus hierin, dat de toorn Gods tegen de zonde een oneindig
zit
karakter draagt.
Merk
hier wel op.
De
toorn Gods, en dus ook onze straf,
maatstaf niet in het beperkte van onze menschelijke afpaling,
vindt
zijn
maar
breidt
zich
uit
naar de mateloosheid en onmeetbaarheid van den
maatstaf van het goddelijk leven.
De
last des toorns
Gods tegen de zonde
dus van geen beperkte of afgepaalde natuur, zoodat ze
is
dit te ont-
verlossen.
niemand
waaraan
waarvan ieder
van
nooit gereed. Die arbeid kan door een bloot creatuur wel
worden,
einde
strijkt neer.
w. dat een bloot creatuur den
bloot creatuur kan dus wel den toorn
begonnen
De
anders zegt,
uitwerking
die
met dat dragen
een
op, dat de Catechismus, wel verre
iets heel
geen vonk,
gloeit er
hoe klein ook, van zonde in het schepsel, of die toorn Gods
eindelijk, eindelijk
toch uitgeput zou zijn en haar grens zou hebbeu bereikt.
In
o,
Op
dien toorn staat,
delijk
kan dat
het allerminste niet.
stempel,
en
De
toorn Gods gaat zoover als
omdat het de toorn des Heeren Hkeeen dies
is
hij
eenig, onmetelijk en oneindig.
God is,
gaat.
het god-
En
zoover
nooit de kracht of het leven of de werking van een creatuur gaan, hij
ooit
of
ergens één enkel punt zou kunnen vinden, waarvan
hij
zeggen kan: Hier dringt de toorn van God niet door. Stel dus al dat het heerlijkste creatuur al zijn kracht inspande, en
met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's