E voto Dordraceno - pagina 121
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK V.
wat natuurlijk
Iets
van uzelven
evenzeer
uzelven in gevaar begeven, of gevaar voor door onvoorzichtigheid zelf een ongeluk
uw
een zelfmoordenaar. Ook
ge een schepsel Gods zoo
mijden
te
Ge mooogt evenmin Wie
staat voor
krijgt,
God
met
gelijk
maar God over u
gij,
zeggen heeft,
te
om
in eigen oog zijn, dat ge de verantwoordelijkheid gevoelt,
heilig
alles
geldt.
eigen leven veroorzaken.
eigen raenschelijk leven toch moet u, omdat
en niet
zijt,
uw
123
en
voorkomen,
te
uw
wat, hetzij anderer leven, hetzij
eigen leven in gevaar zou brengen.
Maar bovenal
zult ge er
onbedachtzaamheid goed
Het
is
te
u voor wachten,
men
toch ook wel gehoord, dat
gen tegen
ongelukken
mogelijke
geen
ongeluk
uw
bewaart, al
zullen baten.
krijgen
en
en dat,
is,
als
met
God iemand
zoo spreekt, schijnt zich wel
het
bewaart,
God iemand
dat omgekeerd, als
niet
zij,
u niet
vroom aan
te stel-
den grond der zaak zeer goddelooslijk
in
en
maatregelen en voorzor-
en verwaarloosde
leuningen en reddingbooten en wat dies meer
Immers wie
maar handelt
len,
zal,
al zulke roekeloosheid
al zulke
minachtte
zeggen, dat alles toch in Gods hand hij
om
met een schijn van vroomheid.
willen praten
en we zullen
;
zeggen waarom.
Het stuk van
Gods
Voorzienigheid
is
een der diepste en moeilijkste
stukken in geheel de kennisse Gods, en waar we toch elk oogenblik in
komen.
aanraking
man,
En nu
is
maar de vraag: Wie
Woorde Gods den oogenblik
vroom? De
hier
is
die over dit stuk zijn eigen wijsheid uitstalt, of de
mee
man,
die uit
den
opmaakt? En dan aarzelen we geen
regel zijns levens
zeggen, dat wie over het diepzinnige stuk van Gods Voor-
te
zienigheid, als een spin, de wijsheid uit zijn eigen brein haalt, goddeloos-
handelt; en dat ware godsvrucht u den beteren eisch
lijk
over
wat
wat
God u
in zijn
Woord
te willen
Gods
bestel
omtrent
God
„Als
nen dooden, en
als
ook
Wie anders handelt
staat
in het oog, dat geheel het
de zonde, evengoed in dit stuk der Voorzienigheid
en dat een moordenaar ten
zeggen:
om
weten, noch te belijden, dan
heeft geopenbaard.
met een Antinomiaan. Men houde toch
gelijk
inzit,
dit stuk aangaat, niets
stelt,
die
God
evenzoo kon gaan redeneeren en
slotte
man bewaard
had, zou ik
mij niet dien
hem
niet
hebben kun-
man had doen ontmoeten en mijn hem hebben vermocht."
aanslag niet had doen gelukken, zou ik niets tegen
Voelt ge nu evenwel, dat zulk gebazel op de lippen van een moordenaar
eenvoudig
van en
Godtergend
al
zulke
sluit
er
Antinomiaan
zou
zijn,
wacht
voorzichtigheidsmiddelen het is
er
u dan voor,
oog niet voor, hoe meer dan één ten geworden,
omdat
hij
om
op het stuk
even goddeloos te gaan spreken;
eerst
slotte
een liooze
door al zulk ongodvruchtig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's