Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 406

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 406

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

;

406

XXV. HOOFDSTUK

ZOND.

aangedrongen, eigen

Hij

het doen overgaan van den dood in het leven,

dat

men

met

dien

Roomsche

in tegen de

gebonden

wedergeboorte

Doop,

Hij aan geen schepsel

Gods

had afgestaan, en

aan geen daad van eenig schepsel had gebonden.

zich

dien hoofde ging

der

hetwelk

was,

p7-ivilegie

waarbij

II.

ware

aan

voorstelling, alsof deze

Uit

daad

bediening van den heiligen

de

verstande, dat elk gedoopt kind wedergeboren zou

zijn,

dat deze wedergeboorte, door middel van den Doop, tot stand kwam.

en

Maar men ging ook

in

tegen de in hoofdzaak Luthersche voorstelling,

God den Heere gewerkt

alsof het geloof, ja, wel door

een

wijs

van

Gods vrijmachtige

zulk

men

dat het alleen door het

een

aan

wijs

niet af te

's

Woord

duldde

souvereiniteit

wierd,

niet, dat het

menschen dienst wierd gebonden.

brengen van de

belijdenis, dat er, ja,

waren, waarvan de Heilige Geest zich

maar op

kwam. De

tot stand

zulk

belijdenis

werk Gods op

En daarom was

ook genademiddelen

het werk der genade bediende

bij

maar dat hetgeen door deze middelen gewerkt

wierd, volstrekt niet al

het werk van den Heiligen Geest was; dat de Heilige Geest óók zonder

middelen werkte

;

en dat met

name

het herscheppen van den dood in het

leven, evenals de schepping zelve, elk gebruik

van middelen

uitsloot.

TWEEDE HOOFDSTUK. Zou Hy, die het

die het oor plant, niet hoeren?

Zou

Hij,

94

9.

oog formeert, niet aanschouwen?

Psalm

Van

de twee Genademiddelen, die de Heere heeft ingesteld, moet thans

Woord

eerst het

kerkelijken

zin.

besproken worden.

Die

Nog

komt pas aan de

niet de Dienst des

orde, als de

Maar wel moet thans het genademiddel van het Woord het

broeder zit

de

al,

in

XXXI. toegelicht

;

want

dat Ursinus en Olevianus, naar de behoefte der kerken in 1563,

van het Sacrament, dan van het Woord hebben gesproken, toch van het

leer

niet, zooals

gelaten,

Woords

Catechismus van de

Sleutelen des hemelrijks gaat handelen, en dus Zondag

zij

:

Woord

in

Zondag

XXV

in.

De Catechismus

heeft

de één den ander navertelde, de Heilige Schrift onbehandeld

maar toch

Vandaar dat

haar

er niet gerept

uitsluitend als genademiddel doen voorkomen.

wordt van den Canon, noch van de ingeving der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 406

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's