E voto Dordraceno - pagina 484
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
478
ZOND. XVII. HOOPDSTCTK
hagens
besloten
II.
even doemschuldig
heeft, zijn uitverkorenen, die
de
als
verlorenen, geboren zijn, door de vrijmacht zijns willens over te zetten in
den staat der rechtvaardigen. Dit
heeft
was
hier
Zoon
Vader,
Jezus'
op
en
lijden
en
eeuwig
het
eeniglijk
Heiligen
en
God
Geest,
Dit
sterven.
niet
is
De teweegbrengende
door Immanuëls dood en zielsnood.
teweeggebracht kracht
gewacht
niet
welbehagen van
vrijmachtig
Drieëenig,
prijzen
te
in
alle
eeuwigheid.
Die
Hij
geroepen
Vandaar
onze
dat
vaderen
rechtvaardigverklaring
raad
eeuwigen
om
steeds zoo sterk op stonden,
geheel
belijden,
te
er
rechtvaardigmaking,
of
gegrond
als
van wat
onafhankelijk
in zekeren zin zelfs onafhankelijk
ja
laten,
moet Hij niet nog rechtvaardigen, maar
die
heeft,
gerechtvaardigd van voor de grondlegging der wereld.
die heeft Hij
van het
wij
doen of
van het
offer
deze
Gods
in
heilig
Godslam.
Abraham,
vader
de
geloovigen,
aller
kruis van Golgotha geplant wierd,
is
wegstierf eeuwen voor het
die
voor
God een rechtvaardige
zoogoed als Johannes, die dat kruis heeft aangestaard, en ziel heeft
uitgangspunt
Kruis
het uitgangspunt.
ligt
En
van Gods eeuwigen raad.
dat die rechtvaardig-
En
verklaring ligt in de vrijmacht van Gods eeuwigen raad.
niet
omdat
gerechtigheid
ze
geen
dat die recht-
rustte in de kruisverdiensten van
nochtans
vaardigverklaring
was
Het
zoowel voor dat Kruis als voor onze rechtvaardigverklaring
in de vrijmacht
ligt
dat kruis zijn
voelen vaneenscheuren.
in ons, noch ook zelfs in het
Niet
bij
geweest,
teweeggebracht
hierdoor
anders dan zulk eene,
gedoogde
gerechtigverklaring
Immanuël,
maar omdat Gods
is,
waarbij aan het recht voldaan wierd.
Daaruit echter, dat God de Heere ons uit den staat van een schuldige
den staat van een gerechtige heeft overgezet, volgt nog geenszins, dat
in
ons zelven als zoodanig kennen.
wij
zonder dat
En
zoo ook
dit
is
in de
kind er nog
iets
van weet.
het hier.
Een zondaar weet van deze gerechtigverklaring hij
tot het geloof
des besef
kome. Eerst
als
niets af, tenzij
God de Heere hem
uit
dan dat
genade de gave
geloofs verleent, wordt hij alsnu door dit geloof ook voor zijn eigen
een
rechtvaardige,
vaardigverklaring
door
wieg kan door een
van schatrijk doodarm worden gemaakt, of ook van arm
rechterlijk vonnis rijk,
Een kind
gedurige
worden
voor
ook
bevinding zijn
en
voor
begint,
hem
te
dank
van de gunste
bewustzijn.
zij
bestaan; zijns
dat
om
geloof,
eerst
deze recht-
van die ure
Gods almeer bevestigd
Immers nu bespeurt
hij
zaliglijk,
af,
te
dat zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's