E voto Dordraceno - pagina 135
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
YU. HOOFDSTUK
ZOND. de
Bij
„een zeker weten of kennisse" moet de klemtoon
uitdrukking
op „zeker" vallen. Er wel
zeggen:
Neen maar:
weten.
zweem van een
als
is
niet bedoeld
is
zekeren
een
„op
129
II.
dag,"
„een onbestemd weten," zooals we
we dien dag
als
of onzekerheid toelaat. Alzoo eene kennisse die vast
twijfel
van graniet, en
die onverwrikbaar vaststaat als een berg
rots,
juist niet zeker
zulk een wetenschap en zulk eene kennisse, die geen
van geen wankelen of verwikken weet.
die
Deze
van
wikkelen
men
te loopen, vordert
vergelijken,
stap
dit
in deze kennisse niets
deele bezaten, en ook niet alle
scholen af
hoegenaamd. Zelfs
deed
al
u in deze hier bedoelde kennisse nooit één enkelen
zou
brengen. Neen, hier
verder
een nader ont-
lang niets dan den Bijbel lezen en Schrift met Schrift
leven
zijn
in
niet
van de kennisse die in ons school. Met
in een ontplooien
men
we reeds ten
kennisse die
een
nu bestaat
kennisse"
secure
„zekere,
bedoeld een nieuwe kennisse, die ge
is
zondaar niet hadt, en waarvoor ge nu in de wedergeboorte het ver-
als
mogen
Een andere
ontvingt.
spronkelijke kennisse" die
„onze
als
wijsheid"
Adam
ons in
saamhangende met de „oor-
soort kennisse
in het Paradijs ontving,
God geschonken
is.
Wie
en die in Christus
deze kennisse ont-
vangt, kent dus anders, ziet anders en tast anders. Hij ziet wat
En wat hem leven.
niet zag.
voor
eerst niet ontdekte, dat
hij
merkt
hij eerst
nu op en
hij
dit
gaat
„Verlichte oogen des verstands" noemt de apostel het
daarom, en wel zulk soort oogen, die met zoo ongemeene gewisheid gluren, dat ze onmiddellijk volkomene gewisheid en zekerheid aanbrengen omtrent
dingen
de stelt
ziet
die
mee waarneemt. Zoo
ge er
uw
deze kennisse de dingen voor
helder, zoo klaar, zoo scherp
bewustzijn.
De
natuurlijke
mensch
daar niets van, maar „de met geloof begaafde of geestelijke mensch
onderscheidt alle dingen." Daarentegen „indien iemand niet wedergeboren hij
is,
kan het Koninkrijk van God
zelfs niet zien."
Zonder de inplanting van het zaligmakend geloof kan iemand dus wel den
Bijbel
van
buiten
maar dat helpt hem het
gevoel
inwerken,
„tijdelijk" als dit
dat
dat
is
en
er
en historisch aannemen wat daar staat,
kan er zich ook wel met den prikkel van een
tijdlang in genieten,
„historisch" geloof, heeft ook
in Jezus inlijft te
gemeen
leeren,
niet. Hij
mee, want
al
maar
maar zoomin met het
iets
dit
geloof
maken. Zelfs het „wondergeloof" heeft daar niets hadt ge „een geloof
om
bergen
verzetten" (en
te
een wondergeloof) en ge hadt de ingestorte liefde
niet, zoo
waart
ge nog niets.
Redetwisten helpt daarom ook bediend,
overmits
geloofsinplanting E VOTO DOBDR.
I.
het
niet.
Gode meestal
te bedienen,
maar
Er moet belieft,
al praat
getuigd, het
zich van het
Woord moet
Woord
bij
ge honderd en duizend 9
de uit,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's