Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 422

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 422

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVI. HOOFDSTUK

424

aanvang

den einde toe onder ons gebed

tot

I.

de tegenwoordigheid

als in

des Heeren te verkeeren.

En

ware stand onzer

toch, ook al is die

mag daarom

toch

ziel

gebed uitzondering,

in het

vooral bij het gebed het ideaal nooit losgelaten, en het

Ome

het ideale standpunt des gebeds, dat ons in dezen aanhef van het

is

Vader wordt voorgehouden. Ge moet beginnen met den Heere uw God aan te spreken, en Hem te noemen bij zijn naam. Zulk toespreken nu geen

heeft

en

zin

aarde

en

neergeknield,

ligt

van

God bekwaam.

ziel tot

houden

toespraak

Hem

hij

nu

zich

is,

zeer

opheft, is tot zoodanig toespreken

uw omgang met menschen

maar dan

stelt

hem

ge u

oogenblik ook aan zijn kind met

hem

in

gedachten voor

zich.

toespreken, zonder dat hij stelle.

die

komediant

lijk

houdt,

onder

blijft

't zij

Vader dus

Hem

hem

uw

licha-

toch voor. Is er b. zijn

v.

kan

zoon, dan

op dat

hij

hij

menschen iemand

zal onder

hem

óf voor zich zie staan, óf

zich voor-

iemand

die zijn rol instudeert, of ook

zich hierop voorbereidt,

maar

zelfs als

stuk uitvoert, of die toespreker zijn toespraak werke-

tenzij

de

toegesproken

in de werkelijkheid.

En

persoon

uit te spreken,

er

bij

is,

in

't zij

is

de

zoo ligt in dien aanhef van het Ow^e

allereerst de ernstige vermaning,

als

zijn

altoos de regel doorgaan, dat geen toespraak denkbaar

Heeren nooit

op

van

de spanning van zijn hart, en ziet

Maar niemand

houden moet, en

zijn

menschen,

gedachte,

des

al

Dat moge een komediant doen,

die een toespraak

is,

zeer wel een

„Absalom, mijn zoon, mijn zoon!"; maar dan denkt

uitroepen:

God

David, dien zoon in zijn gedachten toespreken en

evenals

wel,

heilige

God wendt,

tot dien

een vader, die een hartverscheurend bericht kreeg van hij

uw

in

iemand, die op dat oogenbük niet voor

tot

oog zichtbaar

Hem

dat daar boven in de hemelen zijn

kunt ook in

Gij

zich eerst in de

ziele

die gevoelt, die hij hier op

hij

Genadetroon, en dat

zijn

en het oog zijner

melijk

u hebt gesteld. Alleen

als voor

die heerscht

uwe

tenzij

des Heeren hebbe geplaatst, en ge

tegenwoordigheid

aandacht

onwaarachtig,

is

om

in onze

Naam

gebeden den

dan nadat de spanning onzer

onzen God, zoo gevest hebbe, dat het ons

is,

zich

ziel

of wij voor zijn

genadetroon staan.

Dit verre

God is

kan

tweeërlei wijze geschieden.

God

opzien, of wel dat

Zoo namelijk dat

we onze

ziel

uit

het innigste en staat daarom hooger.

de verte toe,

maar we naderen

alsnu, voor zijn aangezicht verschenen,

terenden

toon, onze ziel voor

Hem

Dan

van

wij

opheffen tot den

der goden, en voor ons besef in den hemel verplaatst

natuurlijk

niet

nu op

naar onzen

zijn.

Het

laatste

roepen we

Hem

eerbiediglijk tot den Heere,

met

stille

uit te storten.

stem en op zacht

Vandaar dan

om

fluis-

ook, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 422

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's