E voto Dordraceno - pagina 487
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVJI. HOOFDSTUK
Overmits
echter, juist als Middelaar, deze gerechtigheid niet verwor-
hij
ven had voor
moest nu
481
II.
maar
zichzelf,
ook
laatste
dit
als
Hoofd voor het lichaam der verkorenen,
er
bij
komen, dat
dood, als Hoofd van dit zijn lichaam, te voorschijn
hemel
als
hij,
verrezen uit den
kwam, om
straks ten
varen, en al zijn verkorenen in al zijn schat en al zijn gerech-
te
tigheid te laten deelen.
En
nu
dit
het wat de Heidelberger belijdt, dat Christus door zijn
is
opstanding den dood overwon,
d.
het proces dat de dood tegen
i.
geheel ten einde bracht, den dood geheel
en
den
zijns
aan
dood
lichaams,
macht onderwierp, opdat
zijn
de gerechtigheid,
te zijn, dien hij
Er
God verbonden
hem
had,
van den dood afkwam, hij
ons, d.
i.
de leden
den staat van gerechtig voor God
i.
d.
i.
door het betalen van zijn rant-
konde deelachtig maken,
lichaams laten deelen in tige bij
d.
ons door zijn dood,
soen, verworven had,
uitstierf,
w.
d.
z.
ons als leden zijns
de voorrechten die aan den staat van een gerech-
al
zijn.
dus hier geen sprake van een ingestorte gerechtigheid, die toch
is
op
eigenlijk
heiligmaking
innerlijke
neer
zou komen. Neen, het
is
het
doen deelen van de zijnen in de voorrechten die in Gods vierschaar aan
den staat van een gerechtige de
Zelfs
gehecht.
zijn
van deze gerechtigheid
toepassing
wustzijn door de schenking van de geloofsgave
toch
van den Heiligen Geest; opstanding
Middelaar, laar
is
hier niet bedoeld.
Deze
veeleer een vrucht van Jezus' hemelvaart en van de uitstorting
is
Zijn
ons eigen besef of be-
in
als
en
zelve
het
en
van
zijn
opstanding.
de goddelijke rechtvaardigverklaring van den
optreden
Hoofd,
ons
niet is
van
aldus
den
als
rechtvaardig
verklaarden Midde-
onzer aller rechtvaardigheid in zich
dragende.
Wel, en
was
ook
dit
voegen we opstaan
het
uit
om
misverstand te voorkomen er aan
den
dood
noodig,
hemel en het uitdeelen van de gaven mogelijk verwijderd gevolg. zich tot de
En
om te
toe,
wel
het opvaren naar den
maken, maar
dit is
een
het rechtstreeksch gevolg van de opstanding bepaalt
daad des Vaders, die
in de
opwekking
zijns
Zoons den Mid-
delaar in zijn staat van gerechtigheid doet schitteren, en tot de daad des
Middelaars, die in deze zijne gerechtigheid
nu
verschijnt als het
Hoofd en
de Middelaar der zijnen.
E TOTO CORDR.
I
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's