E voto Dordraceno - pagina 238
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK VII.
238 Die
voortgebraclit.
voor
priifkel
de
,
gedaante"
begeerlijkheid
thans zondig, en draagt daardoor den
is
in zich.
Maar
eens, als de zonde uit zal
hebben, en de laatste vijand, de Dood, zal worden teniet gedaan, dan zal
nogmaals ook
Xu
die gedaante der aarde veranderd worden.
heerlijker
staat.
heerlijker
en
in beter, in
Niet slechts beter en heerlijker dan ze thans
beter
maar
is;
dan ze in het Paradijs was. Toen toch in het
zelfs
Paradijs was ze in beginsel der veranderlijkheid onderworpen, en koti haar
de
vloek
eeuwige geduurzaamheid en heerlijkheid
terwijl alsdan
treffen,
een goddelijke glans op haar zal rusten.
als
Vergeet hierbij nu
Woord Gods
dat het
niet,
heel deze zichtbare schep-
ping schiep en draagt. „Door het Woord des Heeren
maakt en door den Geest
monds
zijns
„die alle dingen draagt door het
hoe
Jezus
bij
en
hun
al
Woord
heir."
zijn
haar
rust, niet
op
onderhoudend en
van
haar
in in stand
goddelijke
houdt.
is
stoffelijke
rechtstreeks op het bij
dan ook
ziet
Woord
des Heeren
wederom
substantie
Woord
van Goc?;bij
haar voortbestaan op het
houdend woord des Heeren.
Hij
is
het dus,
scheppend en onderhoudend
Almachtigheid heel deze zichtbare schepping met
substantie,
inwonende kracht en uitschijnende gedaante
Denkt
u ook maar één oogenblik, dat
ge
zijner kracht" ophield te spreken of te werken,
dit
„Woord
dan zou op datzelfde oogenblik
èn stof èn kracht èn gedaante van deze zichtbare wereld ophouden te
Er zou eenvoudig
beseffen,
gedaante
De dat
zijn.
meer wezen.
hoe volkomen begrijpelijk het
is,
dat door den vloek de
van deze zichtbare wereld aanmerkelijk veranderd kon worden.
vloek toch in
niets
ge u dit nu eenmaal klaar en helder voor, dan zult ge daaruit
Stelt
tevens
het
dat de gedaante der wereld rust in
tot oogenblik door dit zijn
stoffelijke
stand
in
maar
stoffelijks,
van oogenblik
woord al
volgt,
maar dat deze
substantie;
iets
Ge
zijner kracht."
ontstaan op het scheppend woord, en
haar
die
nu
overgesteld. Hieruit stoffelijke
ook, Hij
apostelen altoos de veranderlijkheid der aardsche
zijn
zichtbare dingen tegen de eeuwige gedurigheid van dat
wordt
de hemelen ge-
Maar
is
ook het „Woord van God
;"
datzelfde
Woord van God,
schepping wouderen deed en nog steeds heel de wereld in stand
houdt; alleen maar, als dat W^oord van God in vloek verkeert, dan werkt het niet naar de oorspronkelijke bestemming,
stemming de
in.
Het doet
niet gedijen,
maar gaat
maar krimpt
in,
het tegen die be-
beperkt en verbreekt
harmonie. Vandaar thans, onder den vloek, die schriklijke tegenstrij-
digheden, die op zich zelf nooit te rijmen
zijn, b.
v.
het bestaan van het
ongedierte in erger zin, het bestaan van doodelijke vergiften, het bestaan
van
verscheurende
strekken, en zooveel
dieren
meer
voor als
wie
andere
dieren ten voedsel moeten
in deze tegenwoordige
gedaante der wereld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's