E voto Dordraceno - pagina 487
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLIX. HOOFDSTUK
ZOND.
489
I.
hiermede, maar uitsluitend met de bede, met de smeeking, met de inroe-
ping van Gods genadige hulpe
te doen, ten einde tietgeeu
wil ons oplegt, door ons gewilliglijk en getrouwelijk
In heel deze bede staan we op één
hooge wezens in den hemel nu
Bij die
tenden
lijn
wü geen
noch eenige harde zaak hun bestaat
hemel
den
in
hand worden
van berusting
is
ze nooit lijden
den hemel.
in
Gods
in
beslui-
ondergaan kunnen,
Een drinkbeker des
overkomen kan.
lijdens
en kan dus aan Gods engelen nooit op de
niet,
Waar
gezet.
volbracht worden.
met de engelen Gods
omdat
sprake, eenvoudig
moge
Gods gebiedende
sprake
van Gods
is
wil, in
verband met de
engelen in den hemel, kan er dus van niets anders dan van de uitvoering
van
Ook de engelen hebben een Godde-
zijn.
beroep, een Goddelijken dienst, een Goddelijk gebod te volbrengen, en
lijk
hun
hun
en
eere
liefde het
Ze
gebiedt.
glorie
mond
des Heeren
uit
en
gebiedenden wil sprake
zijn
om
is,
dat
is,
zij
Ze
uitgaat.
geen wil tegen Gods wil over, maar
stellen
in elke geestesuiting.
Adam
paradijs
het
allen dienende geesten, wier lust
zijn
eiken morgen en eiken avond te doen wat
met hun God in
volvaardig passen op het woord dat
Ze staan
in
zijn
eensvvillend
den hemel
gelijk eens
en gelijk eens weer de gezaligden op de
stond,
aarde onder den nieuwen hemel zullen staan.
nieuwe
gehoorzamen
hun natuur,
dus
ons
Jezus
hun
is
Zelfs strijd
De gehoorzaamheid
kennen ze niet meer.
zelfheid, is
God hun
lust
is
legt,
of
Gods
wil
te
hun een van-
En
en liefde en leven geworden.
de bede op de lippen
om
als
door ons mocht
geschieden, gelijk die thans reeds door de engelen in den hemel geschiedt,
gaat deze bede zóó diep en zóó ver, dat er niet alleen gebeden wordt, dan,
wil te laten triomfeeren; neen,
denden wil Gods zijn
wil,
Psalm
te
maar om zoo eenswillend met den
worden gemaakt, dat
die alleen goed
CXIX: ^Ik
heb
er
gebod
met
lust
een
zij.
verrukt
Wet
Gods.
op
en
neer.
en
De
in
geestdrift
toch niets anders dan de zielsuiting
ontstoken wordt
bij
zijn
een
terugzinken
in
eigen
wil,
en
het inzien in de
golving van het zielsleven gaat in dezen
Telkens
verband
in rechtstreeks
van God, dat zich alsnu losmaakt van
kind
bekoord, zijn
is
van den Psalmist in
en liefde ontvangen"^ de
Met Psalm CXIX moet de derde bede dan ook worden gezet. Geheel deze Psalm
gebie-
geen wil in ons meer tegen
oversta, en de uitroep
is,
uw
uitdrukking van ons innerlijk zielsleven
van
om
ten slotte onzen wil te laten zwichten, en als het dan moet, Gods
ja,
Psalm gedurig
het nog te eigenwillig ziels-
bestaan, en dan weer een hoog opstuwen van de golven der bewondering
en aanbidding
bij
het zich verliezen in de schoonheid van Gods bevel en
gebod, van zijn wet en getuigenis. die alleen goed is,"
Wat
onze Catechismus zegt
;
„Uw
wil,
kan niet bezielender, kan niet welsprekender, en kan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's