E voto Dordraceno - pagina 322
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
322
XXin. HOOFDSTUK
ZOND.
Als er recht gesproken en vonnis geslagen wordt, doet dit de
hetzelfde.
koning
V.
Die gratie verleent
zelf.
dus dezelfde
is
die vonnis sloeg, en
als
om
zoo ziet ge, hoe het verleenen van gratie nooit ten doel kan hebben,
den
maar
loop van het recht te stuiten,
juist strekt
om
een onzuiveren
loop van het recht weer recht te buigen.
Doch
dan ook tevens, waarom heel deze voorstelling nooit
hieruit blijkt
op God den Heere kan worden toegepast.
God
een gebrek zou
van
besluit
maakt
zijn
en dat Hij dit gebrek in
zijn,
oordeel door zijn
zijn
zou willen goedmaken. Daar nu Gods oordeelen vol-
gratie
al zijn werk,
als
en er dus geen gebrek in kan
God de Heere ook
dat
hieruit,
in dien zin
op te vatten onderstelt toch, dat er in de rechtspraak van
„gratie"
als
De „genade" Gods
„gratie"
nooit
zijn,
zoo volgt
kan verleenen op de manier
van een aardsch koning.
Wil het dus zeggen, dat God de Heere in
zijn
oordeel de schuld door
de vingers ziet? Vindt Hij den zondaar wel schuldig, maar zet Hij, door
bewogen,
ontferming
vaardigmaking,
schuldig
dit
God van
dat
onschuldig
in
„ongerechtig"
om?
Beteekent recht-
maar
zoo
„rechtvaardig"
maakt ?
Ook
kan
dit
Immers dat zou
niet.
zijn duisternis licht
noemen, het kwade
goed heeten, en het ongerechtige gerechtigheid keuren. Dus
wat de profeet Jesaja
als
juist
datgene
de diepste onzedelijkheid brandmerkt.
Zoo kan God niet doen. Dit ware in God zelf ongerechtig worden, en
zijn
eeretitel als
„recht-
vaardig Rechter" van zich werpen.
Ging het zoo
van
vastheid
alle
toe,
dan zou God het
recht
zelf de zedelijke
losmaken
;
wereldorde loswrikken
en leugen voor waarheid doen
gelden.
Van tegen
alle
God moet
om
de goedheid en vriendelijkheid en de liefde Gods
zijn heilig recht uit te
gezien.
ook
poging
Een
zelf
aan
liefde,
door
ons
zijn
spelen,
die het recht
buigt, is geen liefde.
Want
af-
zoo
daad de zedelijke wereldorde verbrak, ware daarmee
menschen voor eeuwig geroofd wat de adel van ons leven
zijn.
Meer nog, ging God zóó en Onveranderlijke in zich
te
werk, dan hield Hrj daarmee op de Heilige
zelf te zijn
neerkomen, dat God ons van zich ontstal en ons
Immers, onze
moet dus eens voorgoed worden
krom
God
een niet
;
en zulk een lieftü zou er dus op
zelf beroofde,
onzen God aan ons hart
daarmee van ons hoogste goed en ons eeuwig deel beroofde. God, die de zedelijke wereldorde ophief, en
meer
zijn.
zelf brak,
kan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's