E voto Dordraceno - pagina 283
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVfe. HOOFDSTUK
Een
zondaar
van
de
een lek wrak, in zooyerre de kromhouten
wilt,
naden geopend
alle
zijn,
oog houdt, dat er geen enkele balk of plank
in het
dus
ge
zoo
is,
losgewrongen en
kiel
285
I.
maar wel
mits ge
te loor ging,
en dat
het kalefateren van dit wrakke schip geen enkele nieuwe balk
voor
worden aangebracht.
of rondhout behoeft te
'
Dit nu toegepast op het werk der genade toont, dat het genadewerk niet wie zijn beenen verloor, nieuwe beenen krijge, maar
dat
bestaat,
hierin
veeleer hierin, dat de kreupele, wiens beenen verlamd waren, weer in zijn
beenspieren
gesterkt
en
wordt,
nu springt
een hert.
als
De zondaar
is
een blinde, niet alsof zijn oogen waren uitgestoken, maar zóó dat het licht er uit
en nu brengt de genade te weeg, niet dat er in een leege oog-
is,
kas een nieuw oog inkomt, maar dat hetzelfde oog, dat eerst niet zag, nu
Genade
ziet.
genezing.
is
nu
andere
een
gezonde ander
leven
in
zijn
richting
weer
De
kranke, die al zijn levenskracht uitputte in
wordt zóó aangegrepen, dat diezelfde levenskracht
een vernielende koorts,
krijge,
opkome.
daardoor de koorts ophoude, en zoo het
Die
stierf
plaats komt, of hij
bij
staat
op,
niet doordat er een
manier van zielsverhuizing,
in
een
ander wezen kruipt, maar doordat God de ingezonken en werkeloos geworden
Wat
levenskrachten opwekt.
nu weer nen
;
positief
toen
door den vloek
is
omgevormd,
door de zonde negatief was geworden, wordt
gemaakt. In het paradijs waren geen distelen en door-
dat
er
allerlei
en
distelen
geboomte dat eerst schoon was, zoo
En
doornen aan groeiden.
nu, door de
genade, wordt niet de distel uitgehouwen en de doorn verbrand,
mirt
een
en
den voor in de plaats
den, de distel wordt een mirt. teeken.
Een teeken van
zoo eerst
almachtigheid,
zijn
macht ten
tigen kon, en dat zijn
Op
En
te poten,
slotte
om
er een
maar de doorn wordt een
is
het den Heere een eeuwig
diat
niets zijn schepsel vernie-
weer doorbreekt en
uitblinkt.
dien grond nu beleed de Christelijke kerk, dat ook de wedergeboorte óiet
de schepping van een tweede nieuw wezen in of naast ons wezen
omschepping
of herschepping
is,
maar de
van ons eigen en eenig wezen, op zulk een wijs
dat het weer uitkome naar zijn oorspronkelijk plan en zijn oorspronkelijken aanleg.
Het verstand
blijft
opgeklaard en verlicht. Het
hetzelfde, is
en
blijft
maar wat
dezelfde wil,
verduisterd was wordt
maar de
wil die eerst
nu
krom
gebogen was, wordt nu weer recht gebogen. De innerlijke levensbeweging die
God had
zich van
gaat
met
zijn
afgekeerd, wordt
eigen oog weer zien
;
nu weer naar God
de kreupele springt met dezelfde voeten en beenen, die konden.
En
dit is
nu
wel, vergelijkenderwijs, een
onze mensch als nieuw
is
toegekeerd.
De
blinde
de doove met zijn eigen oor weer hooren
hem
eerst niet dragen
nieuwe toestand, zoodat
geworden, dat we spreken, als met nieuwe ton-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's