E voto Dordraceno - pagina 352
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK IX.
352
UW
uwe goede werken
plaats volbracht heeft. Voor
genade" Die
maar uw
ontvangen,
en alleenlijk op het
eenig
berust
zult ge een
„loon uit
vrijspraak voor de wet berust er niet op.
van Christus, of wilt ge op
offer
actieve en passieve gehoorzaamheid.
zijn
Daarom
staat er dan ook in den Catechismus, dat
toerekent niet alleen de getioegdoening,
van Christus, en dat wel
heid
God ons schenkt en
maai ook ie gerechtigheid en
drie volkomen. Hierbij
alle
deze uitdrukking heiligheid u niet op een dwaalspoor. Er
mee bedoeld onze
het duidelijk verklaart
namelijk niet
„de heilige werken, die
:
De genoegdoening
onze plaats gedaan heeft."
in
is
de in Christus inklevende heiligheid, maar gelijk Art. 22 van
Confessie
en
ons
heilig-
brenge echter
voor
hij
dat
ziet er op,
Christus onze schuld verzoend heeft door het dragen van onze straf; gerechtigheid dat
van
volbrenging
zijn
in Christus
ligmaking
God
hij
in zijn recht geëerd heeft
De
de wet.
„verandering
loochenen
En
het
verder
hun
op
eens
niet
dit
punt
vooral, dat de groote
die ook de „inklevende heiligheid"
ligt,
de wedergeboorte en het kindschap"
beurt nog weer overtroffen te worden door nog
Antinomianen,
afgedoolde
we
dat
op
is
van
vernieuwing
en
om
;
inklevende heiligheid daarentegen, die
toerekening laten gaan, en deswege de reahteit van de
van
maniei
de
en de heiligheid op
wordt ons niet in de rechtvaardig making., maar in de hei-
is,
medegedeeld.
afdwaling der jSTeo-Kohlbrüggianen bij
;
daar in ons land leeren,
en
hier
die
zelf te gelooven
hebben, noch ook zelf tot bekeering
komen, want dat Christus plaatsbekleedend voor ons geloofd en
moeten
de bekeering voor ons volbracht heeft. Zoo gaat dan ten slotte alles buiten
den
persoon
in
beletten
iets
vaardig
men
voor
om,
zondaars
des
een bewuste uitbreker in
om
zou,
God
en kan deze zondaar een ruwe vloeker,
ongerechtigheid blijven, zonder dat dit
alle
zondigende
al
te
roemen dat
hij
toch recht-
Schrikkelijke en roekelooze voorstellingen,
is.
hem
waarmee
vangt en wegsleept, maar die diepgaande verwoes-
de eenvoudigen
tingen onder het erfdeel des Heeren aanrichten.
En
komt toch
dit alles
vaardigmaking.
making
niet
eeniglijk
den
men
toch
eenmaal
iemands toestand, maar alleen
hierop
doelt
dat
God
wel,
zijn
van de recht-
dat de rechtvaardig-
stand voor
God
raakt, en
hem als goddelooze overzet in om dit uit te werken den Midlaat brengen; om straks ook per-
de Heere
stand der rechtvaardigen; en alsnu
delaar
zendt
soonlijk in uit te
Gij
Verstaat
eeniglijk vooit uit de vervalsching
en
dezen
zijn
offerande
den gerechtvaardigde door scheppende almacht
zijn heilig
werk
werken; dan vervalt de mogelijkheid van dwaling naar beide zijden.
kunt
dan niet
rechtvaardigmaking
met
de
zelve in
Roomschen, Ethischen
enz. leeren, dat de
de heiligmaking zou bestaan, want aan alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's