E voto Dordraceno - pagina 25
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXVIII. HOOFDSTUK
ZOND.
en
een
door
alzoo
zedelijk
IV.
27
scheppend werk, allengs
te
geraken tot een
toestand, waarin dat eerste werk ophield, en waarin ze, als loon voor dat
werken,
werk
na volvoering van
hij,
zijn ruste zijn ingegaan
in
dit zedelijk-scheppend
die ruste zou het eeuwige leven zijn
;
en die eeuwige ruste des mensehen zou in volkomen harmonie
geweest;
saamgevallen met de eeuwige ruste Gods. Altoos naar den
de mensch naar Gods beeld geschapen
is
dat
;
hij
den gang van het leven Gods moet afspiegelen
gang door zijn
Stel nu, de zonde ware
ontvangen.
getreden en de mensch had ook zijnerzijds dit zijn
dan zou ook
voleind,
werk,
zouden
leven
tusschen beide
niet
zijn
eeuwige
het
moet
dit leven
;
deswege
regel, dat
in zijn aanzijn
en dat het einde van
zijn
een ingaan in de volle gemeenschap met
zijn,
Schepper.
De
we
ruste Gods, waarvan
voleinding.
Het
3. lezen,
:
is
dus nog niet de
wel de ruste Gods tegenover de Mï7we»rf«(/e schepping;
is
maar voor wat
in Gen. II
schepping in de wereld der menschen-
geestelijke
zijn
kinderen aangaat, zou die ruste dan eerst haar voleinding vinden, als ook de
mensch
zijn loop voleindigd
met
Schepper één, den vollen raad des Heeren
zijn
had, en in het
rijk
der heerlijkheid, eeuwig in al zijn rijkdom zou
doen uitschitteren. zou
Dit
gekomen,
zoo
geweest
Adam
overmits
ook
zijn,
al
het eeuwige leven nog niet bezat,
van ontving; en alzoo eerst
belofte
ware de zonde niet tusschen beide
bij
Adam's ingaan
maar
er de
in dat eeuwige leven
de ruste van God, ook wat zijn geestelijke schepping aangaat, tot voltooiing
zou
kwam, en
beide
der
gekomen. Maar veel meer nog geldt
zijn
genade
werk der
er alzoo op het
volgen
om
moest,
dit,
nu de zonde tusschen
sclieiyping
eerst door dit
nog heel het werk
werk der genade, het
rijk
der heerlijkheid, en daarmee de volle verwezenlijking van de ruste Gods
mogelijk te maken.
En
dit
nu brengt ons vanzelf
Eerst
vroeg.
van
ruste
Kanaan
zijn.
Kanaan. De
Geen oogenblik toch kan de gedachte
met ingaan
zinbeeldig.
een
Ze was
afbeelding.
vinden,
toelichten;
maar daarna ook de
ruste kon natuurlijk niet anders dan bij
ons opkomen, alsof
voor de Joden reeds de wezenlijke hemel zou geweest zijn
ze daar eeuwig zouden geleefd
stond
het tweede punt, dat onze aandacht
we de ruste Gods
wilden
Israël in
symbolisch
bij
zoo
ook
in
hebben
;
zou
Israël
Gods
Kanaan. De apostel drukt
dit
in
alsof
en alsof ingaan in Kanaan gelijk
het eeuwige leven.
De
niet de eeuwige ruste zelve,
Zoools
;
nationalen
ruste
Kanaans was
maar van de eeuwige zin
ruste in
alzoo
ruste
Kanaan zou
kind eeuwige ruste vinden in het hemelsch zoo
uit,
dat niet Jozua hen in de ware ruste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's