E voto Dordraceno - pagina 49
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
God de Heere
Neen, heiligheid
HOOFDSTUK
III.
mensch
den
schiep
43
I.
in
ware gerechtigheid en
Adam
zóó dus, dat deze gerechtigheid en heiligheid in
;
was. Iets wat natuurlijk niet beduidt, dat Adam, ware
lijk
van lieverlede
vallen, niet eerst
hem
van eerst nog ongekende en
Immers wie dat
zijn.
stelt,
gestelde Wetsvolbrenging,
van eeuwig
bewuste heiligheden zou gekomen
niet
heft èn het
met het op
die
Werkverbond op èn de daarin Wetsvolbrenging gestelde loon
leven.
maar
heiligheid,
nu
terwijl
niet de heiligheid zelve. Heiligheid
is
het inwendig bestaan.
inwendig bestaan van een zondaar diep onheilig
het
omdat hetgeen
hem
in
Adam
omgekeerd.
juist
is,
naar boven komt ééne opborreling van onreine
God ingaande en den naaste hatende neigingen
tegen
niet ge-
hij
en bewustheid
evenwel raakt wel de uiting, de werking, de uitwendige daad van
Dit
En
tot allerlei volzalige ervaring
wezen-
In
hem was
is,
niet een leege put,
zoo was dit
waar nog
bij
eerst
water in moest gegoten, maar een fontein van levende wateren, die altoos en
ieder
oogenblik
vol
En hetgeen nu
opwerkte.
en
hem
persend uit den Heere in
en
overvol
uit
deze fontein des harten
bij
Adam
opwerkte
drong en perste, dat was niet onheilig, maar heilig; niet haat, maar
en
liefde; niet onreiu,
De dus
en
zijde,
in goddelijke reinheden.
dwaling van den leegen put
verfoeilijke
op
maar
mainlineeren
heerlijk persende fontein in
van
in
Adams
met onze vaderen de
Adams
hart zetten we
van de
belijdenis
hart; en op dien grond de belijdenis
oorspronkelijke, zeer waarachtige, wezenlijke en zeer volkomene
zijn
heiligheid.
Deze weer
heiligheid raakt zelfs niet slechts zijn bedoelen en willen, gelijk
andere
weten,
had
hij
maar
wist,
maar ook
dwaalleeraars zeggen,
zóó,
ook
bewustzijn, zijn heilig
zijn
Niet alsof
oorspronkelijke wijsheid.
met
dat zijn gansche bewustzijn
al
hij
alle
dingen
de kracht van het
onmiddellijkheidsbesef de volle verzekerdheid der dingen greep.
Alzoo priesterlijk
geschapen
was
Adam nu
bestemd,
om
zelf
en koninklijk ambt te bedienen, hetwelk later
dat
om
profetisch,
den val op
den Messias ging. Vandaar dat onze Catechismus zegt: P. opdat zijnen Schepper recht
van
harte
met
Hem
lief
in de
zou
kennen zou, hebben,
d.
i.
6.
\.
profeet zon zïin; 2. opdat
God
hij
hij
Hem
priester zou wezen; en 3". opdat
eeuwige zaligheid leven zou,
d.
i.
hij
koninklijke glorie zou
bezitten.
En of
dit
alles nu, juist wijl hij
genieting
Hem
of
vreugd,
maar
om eigen glans of luister eeniglijk om den Eeuwige: om
heilig was, niet dit alles
eeuwiglijk te loven en te prijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's