E voto Dordraceno - pagina 214
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
214
ZOND. XXII. HOOFDSTUK
III.
taak van genoegdoening afkrijgt (de heiligen)
zijn
een
derde
een deel, en weer een ander slechts zeer weinig van
slechts
Toch moet
afwerkt.
een ander er reeds veel,
;
aller
En
taak van genoegdoening afgewerkt.
wijl
dit
vóór den dood niet geschiedt, zoo kan het wel niet anders of er moet na
den dood kans op
En dien
toen nu de
de
konden
om
nu
die kans
Roomsche kerk
bij
hiedt het vagevuur.
deze leer van het vagevuur nog boven-
dat ook de achtergeblevenen, op aarde werkzaam
voegde,
leer zijn,
En
zijn.
het lijden der zielen in het vagevuur te bekorten, zoo door
gebeden, als door het laten lezen van zielmissen, toen wierd hiermee die
werkzaamheid
veelsoortige
maar
heeft,
ontsloten, die
soms
iets teeders
en aandoenlijke
verreweg de meeste gevallen zich verliep in een geldhandel,
in
door den verkoop der aflaten zoo befaamd.
Het beroep op de Heilige
van het vagevuur zochten
stig.
Die plaatsen, waarop en
sleept,
waarmede Roomsche kerkleeraren deze
Schrift,
leer
men
zijn volstrekt niet
te
verdedigen,
dan ook geheel bijkom-
is
met de haren
zich beroept, zijn er
de bron, waaruit deze leer gevloeid
bijge-
De
is.
oorsprong dezer leer was, gelijk we dien aanwezen, en eerst daarna heeft
men
omgezien, of er in de Schrift ook een enkel woord stond, dat erbij
kon gebracht.
te pas
Zoo beriep men zich op Jesaja TV
:
4,
waar staat
„Als de Heere zal
:
afgewasschen hebben den drek der dochteren Sions, en de bloedschulden
van Jeruzalem zal verdreven hebben
uit
derzelver midden, door den Geest
des oordeels, en door den geest der uitbranding"
een uitspraak die van
;
Sion en volstrekt van geen vagevuur spreekt, en betrekking heeft niet op
wat na den dood geschiedt, maar op wat geschieden zou na lossing
over
mij,
is,
Op
IX: 11
verbonds, heb ik
Op
verdragen,
en
8
:
Israëls ver-
„Verblijd u niet
Heere een
in duisternis zal gezeten zijn, zal mij de
ik
Zach.
uitgelaten."
:
vijandin: wanneer ik gevallen ben, zal ik weder op-
mijne
o
wanneer
staan;
licht zijn."
uws
de ballingschap. Voorts op Micha Vil
uit
:
,U
ook aangaande, o S/om
uwe gebondenen
Mal. III
:
2,
uit
den
3: „Maar wie
wie zal bestaan, als
hij
kuil,
zal
verschijnt?
.'
door het bloed
daar geen water in
den dag zijner toekomst
Want hij zal zijn als En hij zal zitten,
het vuur van eenen goudsmid, en als zeep der vollers. louterende,
en
het
zilver
reinigende,
en
hij
zal
de kinderen van Levi
reinigen, en hij zal ze doorleuteren als goud, en als zilver:
den Heere doop
dan
spijsofifer
toebrengen
u wel met water ik,
in
gerechtigheid."
tot bekeering;
maar
wiens schoenen ik niet waardig ben
die
Op
Matth.
:
gij
UT
na mij komt,
hem na
te
dragen
met den Heiligen Geest en met vuur doopen." Op Matth. waar Ik zeg u
dan zullen
V
zult daar geenszins uitkomen, totdat gij
:
11
:
;
,Ik
sterker
is
26
:
zij
die zal :
u
„Voor-
den laatsten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's