E voto Dordraceno - pagina 113
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXI HOOFDSTUK
ZOND Geestes
des
mogen
te
wat u dan geworden den
dien
triomf,
trekken, en
mogen brengen voor
offer te
„de zake van den Zone Gods", voortzetting van
is
Golgotha
op
eens
Iiij
mee uw
113
I.
en
tegenover
op
wereld
die
behaald heeft.
Om
deze nauwe verwantschap vallen echter
Van
saam.
Kerk en Eijk Gods
niet
wordt in de Heilige Schrift afzonderlijk gesproken, en
beide
ge stelt u zelven aan allerlei misvatting bloot, zoolang ge deze beide verward.
Een
wordt gesticht, de kerk wordt vergaderd.
rijk
Toen Alexander de Groote
zijn rijk stichten ging,
en met dat leger heeft
leger,
hij
vergaderde
Alexander den Groote de onderscheiding tusschen
een
uu
gelijk
bij
leger en zijn rijk
zijn
evenmin kan het u moeite baren
niet moeilijk valt,
En
toen zijn rijk gesticht.
hij eerst
om
duidelijk te onder-
scheiden tusschen het Koninkrijk der hemelen en de kerke Christi.
De
kerke Christi toch bestaat uit personen. Dit ligt in de uitdrukking
dat ze vergaderd wordt. Deze personen worden in deze kerk saamgevoegd
een
tot
vast
kader,
een
tot
onverbrekelijk korps of lichaam.
hoofd van dit korps of lichaam staat de Christus als Veldheer. dien Veldheer heeft nu dit leger, hetwelk de kerk te
om
strijden,
van dien
als vrucht
strijd
is,
den
strijd
Aan het En onder
des Heeren
het Godsrijk te doen geboren
worden.
Wel
saam
verre van
te vallen staan
Kerk en Godsrijk dus
tot op zekere
hoogte zelfs tegen elkander over.
Een volle
rijk onderstelt heerschappij.
gekomen
als
zijn,
wat
al
in
Het Godsrijk
Koning der koningen onderwerpt. Een hang en saamwerking van zijn.
Het Godsrijk macht,
en
harmonie
juiste
zullen werken.
zaamd en
dus dan eerst ten is
zich aan
rijk onderstelt organischen
God
als
samen-
krachten en machten die ter beschikking
dus dan eerst in glorie schitteren,
als
alle
kracht
de Schepper in zijn creatuur heeft gelegd, in onderlinge
die
en
zal
alle
zal
hemel en op aarde
En
evenredigheid, naar zijn bestel en bestek, op elkaar
eindelijk,
waarvan
de
een rijk onderstelt een rijkswet, die gehoor-
overtreder
En
gestraft en gevonnist wordt.
ook
het
Godsrijk zal dus dan eerst in zijn majesteit bhnken kunnen, als de
wet
onzes
Gods
in heel zijn
schepping zal gehoorzaamd worden, en de
overtreder van zijn heilige wet in Zijn oordeel zal zijn ondergegaan.
kan
Uitbreken
dat
Godsrijk
dus dan eerst in volle heerlijkheid, als
het einde der dagen gekomen, het laatste oordeel geveld, alle tegenstand
gebroken
is,
Wat dan
en
God
alles in
schitteren zal
allen zal zijn.
— en dat alleen —
is
het Godsrijk
;
het Koninkrijk
der hemelen. E VOTO DORDE.
II.
Q
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's