Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 377

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 377

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. Geestes

u hebt,

in

XXIV. HOOFDSTUK

altoos blijft het de gunste des

die algemeene, én die bijzondere

schuldig zou

Met het zoo

Vader der

u én

die

En dus

lichten.

God u ook maar één druppel

gewrocht," en waarvoor

dit

Heeren

Hij de Fontein aller

u of door u gewrocht, waarvan ge zeggen kunt: „Mijn hand

nooit iets in heeft

genade toebracht.

Alle goede gaven afdalende van den

goeden.

377

IV.

zaligheid

zijn.

toelaten van het stelsel van verdienste, ook al

beperkten

zin

of

is

het in nog

wordt altoos het volbrachte werk van

zijdelings,

Christus opzij gedrongen en keeren wij naar de paden der Heidenen terug.

En

wel

het

van op onze goede werken ons ook maar

verre

voorstaan,

goede

iets

te laten

voegt

ons

daarom

veel

werk

dat

God

ons wrocht, door ons nog verwrongen en

in

meer

de

ootmoedige belijdenis, dat

bezoedeld wordt.

meer

Ja, wat nog

om

pogen

zegt, dat elk

tot

goede werken

te

manen

zucht naar verdienste, reeds daardoor het goede werk slecht maakt.

uit

Immers, dan doelt ge met uw dusgenaamde goede werken niet op de eere

en

uw God, maar

van niet

God

zijn

te

En

enkel op eigen gelukzaligheid.

bedoelen,

is

dit niet uit

nu, zich zelf

den wortel van het kwaad.

VIERDE HOOFDSTUK. Uw

Vader

u

die in het verborgen ziet, zal het

in

het openbaar vergelden.

Matth. 6

„Maar,"

werken

vraagt

zoo

niet,

beloonen?"

en

verdienste,

maar

de

Catechismus,

God nochtans

die

het uit

antwoord

in

luidt:

.„verdienen

dit en in het

„Die

dan

onze

eenigen

toekomend leven

wil

belooning geschiedt niet uit

genade P'

door

twijfel

veel te lang verwaarloosd

is.

die

onze Gereformeerde schrijvers en predikers

Uit vreeze dat door de achterdeur toch weer

de „verdienende goede werken" van

Rome zouden

binnensluipen, hebben

namelijk onze Gereformeerden er zich veelal aan gewend,

van het beloofde loon

i.

goede

Hiermee staan we derhalve voor de diep ingrijpende loonquaestie, zonder

:

eigenlijk zoo

goed

als

dood

om

deze quaestie

te zwijgen,

en voor geen

gering deel den prikkel tot godzaligheid af te stompen, dien ons de Heilige Schrift in de rijke en veelvuldige belofte van het loon biedt.

En

dit

nu mag

niet.

Een goed Gereformeerd Christen toch acht

zich

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 377

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's