E voto Dordraceno - pagina 558
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
558
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
VIII.
deze gebeurtenis aan de Roode zee, als naar het gebeurde
naar
Zondvloed verwijst
als
Dit zeggen toch
blijkens 1
is
X
Cor.
en
der Formulieren,
Maar wel
dient dit zeggen van Paulus toegelicht in verband
Ook
den
Petr. III geen verzinsel van de
1
maar steunt op de
opstellers
genade.
hij
naar typen „door dewelke de Doop beduid wierd."
hier toch blijkt tweeërlei.
Ten
apostolische onderwijzing.
met de Doops-
eerste dat de verlossing
aan
den Doop voorafging. Israël was uitgetogen en xvas uit het diensthuis verlost,
Wel bestond
toen Pharao het natoog.
Pharao
er gevaar, dat
Israël
achterhalen en het schade zou toebrengen, maar de verlossing zelve was
een voldongen
Juist dus zooals
feit.
we het
bij
den Doop vonden dat de
wedergeboorte aan den Doop voorafgaat, en in dengene die ten doop komt, het geloof reeds aanwezig
kolom
wel
zich
gemeenschap
En
is.
beschermend
ten andere toont 1 Cor.
tusschen
Israël
en
X dat
de wolk-
Pharao stelde en de
tusschen Pharao en Israël afsneed, maar toch niet zelf de
verlossing
teweeg bracht, doch slechts voor Israëls besef het
zekerheid
van
verlossing
zijn
tot een werkelijkheid maakte.
en de
feit
Eerst toen
de wolkkolom tusschen Israël en Pharao stond, gevoelde Israël zich
veilig,
gevoelde Israël zich als een nieuwe gemeenschap aaneengesloten, en beseft Israël hoe het
met
ook vonden we het
komt en
bij
Doop
die
den Doop. Als de Doopsgenade
in ons geloofsbesef de aansluiting
weeg brengt, dan
te
God een nieuwe toekomst tegen
zijn
tusschen
is
het niet die
ons
staan, en verleent die
en
is,
En
zoo
nu
den waterdoop
bij
aan het Lichaam des Heeren die ons wederbaart,
maar gaat
de zondige wereld, waartoe we behooren in
Doop ons het
wierd, machtig en gewillig
Doop
ging.
om
besef, dat Hij in wiens
naam gedoopt
ons voortaan tegen onzen Pharao,
d.
i.
tegen Satan, te beschermen. Alles
komt
er
dus maar op aan, vastelijk te gelooven, dat er in den
Doop meer dan de uitwendige besprenging met ook een werking van de genade van Christus
is,
water, dat er in den
Doop
en dat deze Doopsgenade
het geloof in ons ontwikkelt en vervormt tot een heilig besef en een zalig bewustzijn van onze gemeenschap aan Christus en zijn mystiek Lichaam. Calvijn heeft het zoo duidelijk en helder reeds voor drie eeuwen aan de
kerken betuigt: „Bij lijke
wijze,
alle
maar Christus
gaat, door een bijzondere te
weeg brengt:"
idem
Sacrament werkt oor en oog slechts op natuuris
het, die op een wijze, die de
natuur
genade de zaak van het Sacrament
Christi est qui praeter naturae
in nostris animis agit.
modum
in
te
boven
ons harte
speciali gratia
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's