E voto Dordraceno - pagina 469
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VIII.
ZOND.
van een Koninkrijk toch
diepe gedachte
wordt gesmeed, maar saam
moet
wet
zich
Geest
lige
de
Koning
Goddelijke
en
Vandaar dat de Hei-
is.
God
is,
met
Koning heerscht, zonder zweem
als
van geweld. Eerst
alles inheeft,
uit
op die wijs dat ware eenige
verwezenlijkt
waarin
of schijn zelfs
in zijn
ieder zich gewillig onderwerpt, uit
mensch van binnen aan, maakt hem van binnen
onderdanen alles
hemelen
niemand gedwongen wordt
als
zin,
en bevestiging van dat Koninkrijk doorzet. Hij
eenswillend,
Koninkrijk,
dwang
van
maar zoo een
stichting
toch grijpt den zijn
Konings wet. In'sKonings
's
en in de gehoorzaamheid zalig
lust gehoorzaamt,
saam
van het Koninkrijk liggen, en dan
kracht
de Koning in idealen
onderwerpen,
te
471
II.
niet dat het door geweld
is,
gegroeid door
is
saambindende
de
heerscht
eerst
HOOFDSTUK
deze Koning in al zijn
als
en alles bestuurt,
het Koninkrijk der
is
volkomenheid geopenbaard.
Ligt nu alzoo de zake van dit „Koninkrijk der hemelen," dan zult ge „
Uw
Eegeer mij alzoo door
uw
ook verstaan, wat de bede lei
1".
:
U
onderwerpe.
2".
:
koninkrijk kome" inlioudt. Het
Geest en Woord, dat
Bewaar en vermeerder uw
En
Koninkrijk,
maar moet
er
nog steeds meer en
3".
om
meer
verstoor de
het Koninkrijk
Ge behoort
natuurlijk en als van zelve splitst.
geheel
drieër-
ik mij langs zoo
kerk.
werken des Duivels. Drie beden, waarin de ééne bede zich
is
zelf tot
dat
onderdaan van worden.
beter
Dat Koninkrijk wordt instrumenteel door de kerk op aarde gebouwd, en daarom
moet
En
die kerk bloeien en kracht oefenen.
eindelijk de
komst
van dat Koninkrijk wordt door Satan tegengehouden en daarom moet het geweld van Satan verbroken worden. Als
dit
Koninkrijk van
God
dieper
wortel schiet in het hart der geloovigen, als de kerk het krachtiger voort-
en
plant,
als
maar ook dan van
alleen zijn alle voorwaarden vervuld, die de zekere
bidt
nu Gods
kind. D. w.
z.
Gods kmd begeert
Hij heeft er lust aan. Hij treurt als het toeft.
en zich uitbreidt. ja hoe hij zelf het hij
komst
Koninkrijk in zijn volkomenheid waarborgen.
dit
En daarom rijk.
tegenstand gaandeweg meer gebroken wordt, dan,
Satans
zijn
En
hoe weinig
wijl hij weet,
nog
veelszins in zijn
hij
Het
dit
Konink-
juicht als het
zelf hiertoe
komt
aandroeg,
komst tegenhoudt, daarom neemt
toevlucht tot den almachtigen God,
om
van
Hem
af te bidden,
dat Hij het krachtiger brenge en doe doordringen, in hem, door zijn kerk,
en ten spijt van Satan.
Wie
het Onze
bidt,
die
Vader, en in
het uitgangspunt valle hier dus volle nadruk. dit
heeft dat Koninkrijk
roept het in; die begeert rijker,
Op
Ome lief,
met heel
Vader de bede „Uw Koninkrijk kome" en diens hart gaat
zijn ziel, dat het
steeds machtiger, steeds heerlijker,
met
er naar uit; die
moge komen,
steeds
steeds Goddelijker luister.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's