E voto Dordraceno - pagina 94
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
wat
niets
met geld gemeen
willigheid
II.
„Gij zult elkander de schuldige goed-
heeft.
„Betaalt den Heere uwe geloften."
betalen;''''
„Dan
zullen wij
betalen
de varren onzer lippen." Ja dat er
zelvon
gezegd wordt: „Want de Heere, de God der vergelding,
zekerlijk betalen" (Jeremia
Kan nu
LI
omgekeerd van den Heere
zelfs,
zal
hun
56).
:
betalen door u zelven geschieden? Deze vraag, reeds in
dit
Vraag 12 ter sprake gekomen, wordt hier nogmaals opgenomen, maar nu
met een
ander
dat er ja genade
maar
neen,
Immers
doel.
in
Vraag 12 wierd het mysterie ontsloten
maar een genade
is,
niet door eenvoudige kwijtschelding,
doordien een ander betaalt in plaats van dengene, die betalen
moest maar niet kan.
Deze borgstelling van
mysterie
of rantsoenbetaling of plaatsbekleeding, of hoe ge dit
noemen
zedelijke plaatsverwisseling ook
wilt,
is
de grond-
slag van heel het heilgeheim.
Ware
hedendaagsche wijsgeeren
het, gelijk
dan ware
Middelaar en geen Eedder onzer
denkbaar.
Om
geen Messias en geen
er
dat groote mysterie der plaatsbekleeding wentelt zich, naardien we,
eenmaal zondaren wierden, dus lossen
ziele
en kon er op zedelijk
willen,
terrein geen plaatsvervanging bestaan,
is
mysterie
dit
als
om
Zoomin op
niet.
een
spil
Op
onze zaligheid.
al
te lossen
als
te
eenige oorsprong in
het oorspronkelijk bestek der schepping zich voor ons menschelijk begrip verklaren laat. Hoogstens kunt ge aantoonen, dat wie dit mysterie loochent,
machte
buiten
om
is,
ook
allerlei
andere
verschijnselen op zedelijk gebied te verklaren
en ;
mee saamhangende
er
en voorts duidelijk maken,
dat de vrucht van dit mysterie wel verre van aan den zedelijken eisch te kort te doen, veeleer tot de hoogste ontwikkeling des zedelijken levens leidt.
Maar en
blijft
lijk
mysterie
het
zelf,
waarop
bij
Vraag 14 moet teruggekomen,
een verborgenheid, evengoed en in gelijken
verborgen
wat
blijft
maar
genieten,
leven,
ze nooit in
wat
liefde,
hun wezen
wat
licht
verklaren.
is
zin, als
het u eeuwig-
Gij
kunt die drie
zij.
En
zoo nu ook
is
het
met die verborgenheid der plaatsverwisseling, die den een voor den ander doet betalen. Ze voor ontleding
is
is
er,
ze
kan gesmaakt, er kan
uit geleefd
worden, maar
ze onvatbaar.
Dit neemt echter niet weg, en hieraan moet streng de hand gehouden, dat
evenals
zedelijk
mag
te
het
terrein
niet
grabbel
bepalingen
en
leven
en
het
licht,
zoo ook de plaatsverwisseling op
naar de grillen van eigendunkelijkheid en willekeur
geworpen,
verordeningen,
voor haar heeft vastgesteld.
maar die
steeds
God,
gebonden die
haar
is
en
blijft
mogelijkheid
aan die schiep,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's