E voto Dordraceno - pagina 447
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVI. HOOFDSTUK
weten ook, hoe
gevoelen vooral steun zocht in den uitroep
dit
Maar
volbracht."
toch dit gevoelen
óf toen de Heere riep
maar dan had
uit;
hoeven
sterven
te
komen;
Het
„
:
40
XTT:
nog sterven
„Het
zijn uitroep:
aanduiding, dat het nu ten einde
oordeel dat
Onze
was,
raadpleegt,
handen die
natuur
graf
uit
zijns
en
;
En wat
liep.
het
men
zij
't
en
is
Vaders
hchaam
zijn
vereenigd
altijd
is juist
graf ging.
het graf zelf aangaat, dit
blijft
onmogelijk er
aldus
uit,
iets
of Matth.
anders dan een
om onzentwil
dat hetgeen
hij
in te zien.
stervende
bevolen heeft een ware menschelijke geest
maar dat intusschen de
scheidde,
bleef
hetzelfde als
met
de
goddelijke
menschelijke ook als hij in het
Jezus heeft geweten dat
in
hij
de bangheid van het graf
hij
En
dien
uitkomt op den derden morgen,
maar een bewust uittreden
tusschentijd;
Jona uitkwam
aarde, gelijk
als hij
zonder te weten wat er met
ontwaken
een
niet
Een
Jona.
bij
In het graf hggende heeft
geest in het Paradijs was.
in
XTX
Psalm XVI
Jesaja LIII,
gepeild, gedragen, niettegenstaande zijn gescheiden menschelijke
gevoeld,
het
het ergste moest nog
;
lag.
Dit nu het
is
toch:
Schrift door steeds voor als een deel van den vloek en het
we droegen
belijdenis drukt dit in art.
de
Het
volbracht" ook slechts de
is
dragen van den smaad en de vernedering des grafs
in
„
:
Van tweeën één
volbracht", was op datzelfde oogenblik allen
is
óf wel, hij moest
;
niet houdbaar.
is
ook van het kruis kunnen afkomen, en niet be-
hij
maar dan was
komt heel de
441
III.
uit het
ingewand van den
uit het
hem
is
geschied was
ingewand der
visch.
zeer begrijpelijke vraag, door den Catechismus vlak hierop gedaan,
heldert dit nog nader op.
Als
toch
Christus
borgtochtelijk
in onze plaats voor ons lijdt, sterft,
het oordeel en den smaad van het graf draagt, dan wij
gedragen
persoon
eigen
plaats droeg, zijn wij er
dit zoo
goed alsof
Goed. Maar indien
GRAF
het ook eigenlijk zoo
zijn,
meer
Zoo Christus het voor ons en in onze
hadden. af.
ook den dood en het
de
is
zelven dat lijden, dien dood, dat oordeel en dien smaad, dat graf in
nu zoo
Zij
konden
hemel
ten
immers hun dood en hun graf
En daarom
betaald.
gestorven
woordt
is,
hij:
Men
is
in
varen,
zou dan verwachten, dat
gelijk
dood
is
afsterving van de zonde en
tvij
geen
maar de geloovigen
Henoch en
Elia,
want
den dood en in het graf van Jezus
vraagt de Catechismus
hoe komt het dat
„Ome
en Christus
voor ons en in onze plaats droeg, dan moest
ongeloüvigen in den dood en in het graf gingen,
niet meer.
is,
dat een wedergeborene niet meer stierf en niet
de groeve behoefde af te dalen.
in
dit
:
„Zoo dan Christus voor ons
ook moeten sterven?"
En
betaling voor onze zonde,
een doorgang
tot
hierop ant-
maar
het eeuwig leven."
een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's