E voto Dordraceno - pagina 104
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
104
XX. HOOFDSTUK
ZOND.
Zoo merkt ge wel, hoe verre eeuwig
van
er
wij
V.
af zijn, onderzoek
of toetsing van zijn genadestaat te willen afsnijden. Integen-
heil,
we wenschten dat zulk onderzoek en zulke
deel,
men
dat
hierop dringen
Slechts
wierd.
loosd
naar iemands
we met de Synode van Dordt
onderzoek en deze toetsing op de rechte wijze
dit
geen wegen
toetsing minder verwaaraan,
instelle,
en
insla, die uitloopt op misleiding van zich zelven en op wreedheid
jegens den naaste.
Het rechte pad loopt
hier door de Heilige Schrift.
Immers verzekerdheid voor God gaat is
in al zijn deelen
Heere
de dat
het
dus, is.
op
geloof
maar
Woord.
Christus
op
rechtstreeks
u
die
zijn
gaat.
naar
God
Het komt
bij
Christus
Woord geopenbaard, voorgeteekend en toegebracht
in het
niets te
maken. Dat loopt
dweperij, phantastisch fanatisme en ongeestelijke over-
op
geestelijkheid
keert
niet zeggen
een door bet geloof in u opgenomen Christus
;
Met een Christus van uw phantasie hebt ge
onveranderlijk
moogt ge
Zelfs
om, maar
Nu
een werking en vrucht van het geloof.
alle geloof altoos
maar door het Woord
uit,
niet buiten het geloof
Uw
uit.
weg
is
den Christus
eerst naar den Christus en door
gemeenschap met het eeuwig en volzalig Wezen, den Drieƫeni-
de
gen God.
Welke
Ge
nu
is
vindt
gegeven aan
in
de
Heilige
zijn volk,
Schrift?
Schrift toespraken en beloften van
en in dat volk aan zijn kinderen.
Heeren met eedzweringen bevestigd. En ge
loften des
Heere
de
hoe
Schrift
weg door de
die
ook
voor
zijn
Ge
uw God
vindt die be-
leest in die Heilige
volk sacramenteele teekenen heeft
ingesteld als waarteekenen van het woord zijner belofte.
Maar tegenover
die
beloften,
diezelfde Schrift een teekening
zonden
hem heid,
moet
voor
God
staan in
met als
zijn
zijn
staat,
van den mensch,
en anderzijds voor
hoogheid,
en
eedzweringen
met
zijn
God
vijgeblad,
zegelen
ge in
gelijk hij eenerzijds in zijn
Ge
staan moet.
met
zijn
zijn
vindt er
eigengerechtig-
eigendunkelijke vroomheid; eu ge hoort hoe
dood in misdaden en ongerechtigheid, God en
niets geheels
vindt
hij
er staan
naaste hatende,
aan zichzelven hebbende, van den hoofdschedel
tot de voet-
zool gansch melaatsch.
En
eindelijk vindt ge tusschen dien rijken
beloften
zonden zelf
van ligt,
dood
is
heil,
en
Christus
tusschen
dien
God met
zijn
overvloeiende
zondaar die dood in misdaden en
instaan als Middelaar, en ziet er een iegelijk, die
en het bekend
te
zijn,
in
dien Middelaar het leven vinden.
Hij zelf dwaas, ongerechtig. onheilig en ellendig tot wijsheid, gerechtigheid,
;
maar Christus hem gegeven
heiligmaking en volkomen verlossing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's