E voto Dordraceno - pagina 366
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
368
ZOND.
RoomschgeziDden over
punt
dit
althans zoo het kundige
XLV. HOOFDSTUK
om
zelf
dan
als
Hem
alzoo ten laatste op
dat ons geschil met hen zich dus
Na
een schakel in de aanroeping
Hem
en
wat hierover vroeger gezegd
We
hierop dus thans niet verder ingegaan.
behoeft
opmerkingen.
tot twee
De
alleen te doelen, en
saamtrekt tot een geschil over
feitelijk
en religieus gebruik.
woordopvatting
altoos merken,
dat ze u in theorie deze stelling
zijn,
dat ze de aanroeping der heiligen of van Maria
;
niet anders willen verstaan hebben,
van God
men
gesprek begeeft, zal
in
Roomschen
aanstonds gewonnen geven
VII.
eene geldt het gebed
is,
bepalen ons daarom
den Heiland, de andere
tot
de kennisse van den waren God. Steeds
in de Christelijke kerk ook het
is
gebed tot den Heiland
we
geweest. Eeeds uit de apostolische kerk weten
De
dit.
in
zwang
apostelen zelven
gingen er ons in voor. In verreweg de meeste plaatsen toch waar in het
Nieuwe Testament van Heere sprake Drieëenige God, is
maar de verhoogde Heiland
Oude Testament
verstaan. In het
Heere de vertaling van Jehova, en wordt daarom gemeenlijk
dit
kapitale letters gedrukt; maar in het Nieuwe Testament
met
omdat het
alzoo,
opgezonden,
smeekingen
zelfs
dit niet
Tot dien Middelaar nu werden ook de gebeden dus niets tegen dat we ook thans nog met onze
en
er
tot
den Heiland gaan.
is
kerk
Gereformeerde
is
hier een heel andere beteekenis heeft, en in den regel
op den Middelaar.
doelt
om
wordt onder dit Heere niet de
is,
Slechts tegen één misbruik heeft de
gewaarschuwd,
steeds
tegen het misbruik namelijk
onze gebeden tot den mensch Jezus Christus op te zenden. Dit toch
kan en
mag
tuurlijk
is,
uw gebed
niet,
daar de menschelijke natuur ook in den Middelaar crea-
en het gebed alleen tot den Schepper
den Heiland opzendt, zult ge
tot
zalfden Zoon, die zelf
Woord,
in
Hem
;
doen tot Gods gein
Hem het eeuwige ;
uw gebed moogt opzenden
Dit
vermaan
ook
genoeg
is
den Tweeden Persoon der Drieëenheid aanroepende op ge-
wijze als ge ook
altoos
opgaan. Als ge dus
altoos
dit
God en met God éénwezend
lijke
nu
Hernhuttersche
mag
is
en
tot
den Heiligen Geest.
thans nog niet overbodig, daar
men
in het
oog hield, en daardoor soms
gebeden kreeg, het ééne
tot
feitelijk
tweeërlei soort
den Heere onzen God, en het andere
Dit gaf dan zekere gedeeldheid in de godsdienstige voorstelling. zich
ding
in
en
vooral in
Methodistische kringen deze onderscheiding lang niet
tot Jezus.
Men
dacht
den hemel eigenlijk twee onderscheidene voorwerpen van aanbid-
men
gelijke eere en
vergat dat de Zoon met den Vader één
mogendheid, maar ook één
is,
in wezen. In
niet slechts in
verband hiermee
werd dan in het gebed tot Jezus het eigenlijke Christelijke gebed gezien, en
met name
aan dat gebed een hoogere kracht toegekend.
duidelijk, dat hierbij
Nu
is
het
de grond van ons gebed verward wordt met het voorwerp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's