E voto Dordraceno - pagina 187
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK VI.
En
nu komt op geen enkel punt zoo
dit
van
lijdenis
's
181
sterk uit, als juist in de be-
Heeren Souvereiniteit.
Die hooge Souvereiniteit onzes Gods
metterdaad
is
uit
onze hedendaag-
theologie en belijdenis en prediking gebannen, en het
sche
is
uitsluitend
Gereformeerde kringen dat nog een geritsel van betere dingen verno-
in
men wordt. De Souvereiniteit voetspoor
beleden,
Gods,
gelijk
Wat
naam
eenvoudig een andere
is
waarbij noch voor den Drieëenigen teit plaats
Modernen
onze
God noch
die
nog op Scholtens
voor een natuurproces,
voor zijn heilige Souvereini-
overblijft.
daarnaast in de breede kringen der dusgenaamde belijdende Chris-
tenheid
over
eeuwigheid der stof en de werking der krachten in de
de
vernomen wordt, brengt u op zulk een onmetelijken afstand van
natuur
de belijdenis van de Souvereiniteit des Heeren, dat ge er zelfs den
meer
niet
naam
in herkent.
En wat
daarnaast door goede, lieve Christenen over de macht van
menschen
wil in het heilswerk en
van de macht
's
ter eigen heiligmaking
de belijders gesproken wordt, stelt u altoos weer voor het pijnlijk
onder
om
dilemma,
aan
óf
de
oprechtheid van hun woorden te twijfelen, óf
wel te moeten komen tot de droeve belijdenis, dat
bij
hen de Souvereini-
het heilswerk gezocht wordt niet in den Drieëenige, maar in den
teit in
zondaar.
Want en
Souvereiniteit
leven
zoo nu
komt van de en over
geen twee souvereinen in hetzelfde land
toe
een soort gemengde Souvereiniteit in het
kennen,
te
al
hoogste Souvereine macht
als is
uit.
het ook, en in nog veel sterkere mate, zoodra er sprake
Souvereiniteit niet in één enkel land,
wat in
Heelal besloten
dit
maar over het Heelal
ligt.
Tegenover den Eénige en Eeuwige kan er geen oogenblik van souvereins
kan
Hem
naast
macht en
afgeleid,
zijn,
roepen, liep altoos en onverbiddelijk op een feitelijk eeren van
te
den volkswil
En
er
om, door deels aan den vorst en deels aan het volk de
pogen,
alle
Souvereiniteit laat geen deeling toe.
dit springt toch in het oog,
Reeds op aarde kunnen
aan
vooral
Hem
sprake
geen
Hij
zijn.
en
in
iets half-
de Almachtige, en niemand
macht
Souvereine
onderworpen,
is
hebben,
van
Hem
Godzijn
van
alles
dan
uit
Hem
op het diepst
afhankelijk.
En
deze
Wezen en ketterij
niet.
Souvereiniteit
nu,
die
in
het
het
Eeuwige
in zijn Almachtigheid ligt, die wil de wereld niet, die wil de
niet,
en
ook,
helaas,
die
wil
de
tegenwoordige
Christenheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's