E voto Dordraceno - pagina 539
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
waarin
hem toekwam,
het oorspronkelijk
w.
d.
z.
uw God moet
en
gevoelen,
Wie
zijt.
doodsbed
zichzelven
toe
weg
der ver-
u telkens weer zeggen, dat ge nochtans
afstierven,
zaliglijk
door den
arm zondaar voor uw God
ootmoediging. Gij moet u telkens weer als een
kind
541
II.
als
hebben dan ook meestal
arme zondaren bekend, en
tot
zijn
op hun
niet anders ge-
juicht en gejubeld dan uit het geloof in de zelfofferande van Christus, die
hun
God
het,
waartoe
En
dit
nu
is
uw Heiland u dagelijks de bede om vergeving van uw ook na uw bekeering, op de lippen legt. Eiken morgen en eiken
schuld,
moet ge weer
avond
uw
den Heiligen Geest in hun hart verwekte.
door
zonde
en
schuld
een arme zondaar voor
als
aan
zijn
Hem
neerknielen, u in
voeten neerwerpen, en van
Hem
moet u
morgen en eiken avond weer de genade toekomen, dat ge door de
eiken
inwerking van den Heihgen Geest tot
uw
geloof in het bloed des kruises
wordt teruggebracht.
Doch
dag
die ge op dien
Het
uw God
en u voor
naspeurt,
wijs
om schuldvergififeuw paden en wegen
in de tweede plaats ligt ook dit in deze bede
dat ge eiken dag rekening met uzelven
nis,
verootmoedigt over de vlekken en smetten,
in uzelven ontdekt hebt.
heeft den Heere onzen
in
God
beliefd,
wel een volmaakt werk in den wortel
De wedergeboorte komt
de uitwerking.
dat nu opeens de oude mensch uit u
u
in
de wedergeboorte op zulk een
uitverkorenen onder zondaren tot stand te brengen, dat het
zijn
mensch
Jioiidt,
zij
;
maar
gelijk bij
maar daarom nog geenszins
zij,
weg
en er niets dan de nieuwe
is,
den geënten boom, schiet ook hier de
wilde stam nog steeds zijn twijg en blad en bloesem
we
dat
niet zondigen, en
God ons
in zijn
Wie
ten.
zal
van
heid,
we maar
om
stam
al te zeer zelfs
en aanbidding die
den
vrij
heeft
hij
verricht, zóó door
aan kleeft? Wie, wie
eiken
is
hem
zelfs in zijn
ver-
ge-
? Telkens slingert zich weer de twijg uit den wilden
tak, die uit het entsel opschiet.
en vaardige oprechtheid rekening met houdt,
de goede werken, die
genade verleent, met onze zonden bevlekken en besmet-
toewijding
van zonde
bed
zijn ziel
avond en eiken morgen
En
wie in heiligen ernst
voor het oog van zijn
zijn
God
schuld te belijden voor
God.
En en
en draagt vrucht
zeggen, dat de daden van zelfverloochening en barmhartig-
richt worden, dat er geen zonde
het
uit,
de zonde en ongerechtigheid. Vandaar dat er geen dag voorbijgaat,
voor
zijn
in
niet op zulk een wijze tot stand,
dit
nu moet geschieden, eenvoudig
smetten
wijl
we anders aan deze vlekken
wennen, den zin voor het heilige verliezen, den smaak voor
hemelsche
in
ons bederven, onze consciëntie bezoedelen, en afraken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's