E voto Dordraceno - pagina 433
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VI.
ZOND. (d.
Het moet ons
En deswege
zijn.
moet
geert,
smeeking
in onze
de
is
twijfel
moet men
iets.
De
Dan
gelijk.
geen uitwerkend gebed.
iets hegeeren.
Wat iemand
de dood voor ons gebed.
wel in
golft het
En
zulk een
uw gemoed
na gebeden
hebben, wacht op
te
verhooring van datgene, wat ge van
de
begeerte in de ziel als
vóór
niet
wat bidden
niet dat hij iets
om
bidt niet
hij
Want
is.
Heiüge Schrift staat hier getuige,
we
als
van
standdeel ligt
juist
ons
op
de hemelen
die
in
Ga
:
en
is,
kinderen
gebed, even ver
om
zijn,
verstaat
iemand
zegt, dat
zijn ziel uit te storten,
Ome
Vader
zelf is
de
onze
het hegeeren als een onmisbaar be-
—
dan
er
als hij
hemelen
de
uw smeekingen
in
goede gaven
daarom bidden,"
Met het oog daarop nu
dan
is
Maar ook elke
er in dien
ligt
bede kan of
wil.
En
juist die
van vader niet
is
:
als
„Indien
tot
uw Vader,
gij,
die boos
meer
zal niet
bij
ons wekken
zijt,
weet
uw Vader
Hem
wil.
Vadernaam een beperking van
dit
vertrouwen.
verhoord worden. Verhoord wordt alleen de in oprecht geloof
en naar Gods geopenbaar-
beperking nu drukt de Vadernaam
alles^
die in
het duidelijk, dat Jezus door dien Vadernaam
mag
rechte bede, die gebeden
voegt
God,
Heiligen Geest schenken dengenen die
zijn
is,
bij
tot
te geven, hoeveel te
het vertrouwen op verhooring
den
alleen
wezenlijk gebed handhaven.
alle
zijn
de lippen legde, een grond voor de verhooring onzer beden. Als
uw
krijgt
afgebeden hebt. Zonder
lijnrecht tegen, en het
naam van Jezus
in
uw God
den Vadernaam, dien niet wij verzonnen, maar dien Jezus
in
Jezus ons zegt
Niet
maar
begeeren,
iets te
dus,
komen moet, en inwacht
klinkt het hoog ideaal, zoo
al
is
dat
iets
van de vervulling zijner beden af te
gebed
zijn
ge
op en neer, maar
mensch meene
geen gebed, en wie acht, na
er
is
be-
zijt
ontvangen zal van den Heere (Jac. I: 5—7). De proef op de som of ge,
hei-
dat we ontnangen willen, te doen
iets,
begeeren, in het geloof, niet twijfelende. Anders
hij
een baar der zee is
om
moet. Maar voorzoo-
zijn
een afbidden van
zijn
apostel zegt het zoo stellig, in de smeeking
lige
er
moet het dan ook
is,
435
II.
en dankzegging) óf smeeking
lofverhefiFing
i.
ver het smeeken
HOOFDSTUK
uit.
Een kind
wat het van vader vraagt. Het weet en gevoelt
zeer wel, dat zijn vader zijn vraag zelfstandig beoordeelt, en dat het een
verzaken verzoek
de
van van
vaderliefde
kind
het
en de vadertrouw zou
toe te staan.
Een kind dat
zijn,
zijn
eenvoudig elk
vader vertrouwt,
zal
daarom, zoo vader niet toestaat wat het vraagt, hierin niet berusten
als
een slaaf die voor zijn meester zwicht, maar in de overtuiging dat er
voor die weigering goede oorzaak bestaat, ja, dat die weigering zijn verzoek is
En
veroordeelt.
een
volstrekt
teedere,
niet
zoo
nu ook
is
heilige zaak, en wie
om
alles
wat
hem
het hier.
Om
iets
te
durven bidden
Gods verborgen omgang voor den
mond komt.
kent, bidt
Hij geeft zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's