E voto Dordraceno - pagina 82
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IV. HOOFDSTUK
76
Doch bovendien, deze geheele
III.
voorstelling
en
band
los
dan
is,
andere
geheele
de dood den band, die
lichaam
het
en in dat
maar
pop,
de
van
den
dat
vochten
de
opwerken
laat
van het
nu ook
zoo
wezen.
lijk,
naar
en
marmeren beeld
zonde
de
Snijdt
verdwijnt
lijk,
wassen
de
buiten.
Deze
werking noemen wij de
al
de afschuwelijkheid van
haar eerst
in
loswoelt, en alles
scheidt,
vezelen
is
van
wordt
die
nn
op aarde
nooit
eerst zijn,
boos.
onze
ziel
En
in
daarom
weg en
niet
ze
die booze ziel is niet de
en de vonk die nooit wordt uitgebluscht.
komt onze afschuwelijkheid
uit.
beteugeld door de gemeene genade,
En
dit nu, in
we nog
Eerst, zoolang
maar
is
En
eeuwigheid
in de
verband met de omringende
dan de eeuwige rampzaligheid.
De dood werkt verderf
in
alle
en
ontwrichting
alzoo in alle krankheden en
en bederf
van
om
onzen
bange angst en zielverterend
ons heen, en in
geest
in
zwakheden des lichaams, alle innerlijke verstoring
ons. Alle ellende, alle rouw, alle
verdriet, dat op aarde geleden wordt, het is
trekken van dien éénen zelfden dood, die door éénen mensch
één
de wereld
is
gekomen en
werking van den dood ééne
is
deze brengen dan ons zedelijk bederf. Dit
en
sterft
der hel eens op ongetemde wijze. hel, is
alles
dood onzen levensband
geestelijken
dan
door,
ze
hartstochten,
alle
worm
hierin
maar
niet,
onzen
in
van het beeld, maar ontwikkelt zich een zeer krachtige werking
stilstand
is
wat
tot alle wij
menschen
is
doorgegaan.
het „aardsche sterven"
Van
noemen
deze
slechts
der vele uitingen. Als een paal worm jarenlang den paal doorwroet
heeft, valt eindelijk het brokstuk er af.
En
zoo
is
ook
dit
aardsche sterven
slechts
één phase in de schrikkelijke doodswerking. Maar in
eindigt
ze
in
of
het met den dieperen wortel van den dood in ons
is
met het eeuwige Wezen
in
maar het wordt een
het verdwijnt niet,
tijdelijken dood.
En
de
uit.
begint aanstonds een geheel andere werking, die
lijk
ontbindt,
binnen
ontbinding
en
komt dan het
en lichaam bond, doorsnijdt, dan valt
ziel
niet de werkeloosheid van een
is
in
gassen
weg,
niet
lijk
nu
als
er integendeel een
in die andere werking
en juist
werking,
afschuwelijke en rampzalige van den dood
Als
nooit „vergaan"
altoos als de levensband ophield
is
maar dan begint
er niet niets,
is
is
langzame losgaan van dien band. Maar
te werken. Sterven is het die
Dood
nooit „vernietigd worden".
is
ongerijmd, en gaat uit
is
„Dood"
van een geheel valsch begrip van den dood.
het
niet.
diepste
Neen, ze gaat door en der
eeuwigheden.
dit
sterven
voort. Eindeloos indringend
Altoos
scheidend,
altoos
tot
innerlijk
verdeelend en uiteenrukkend, altoos de harmonie vervangend door steeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's