E voto Dordraceno - pagina 394
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
896
ZOND.
XLV. HOOFDSTUK
Ome
der geestelijke genialiteit, ons dit
XI.
Vader
dan
niet anders geven
in
volkomensten vorm.
zijn
ELFDE HOOFDSTUK. En het teren, en
einde aller dingen
waakt
is
naby
:
zijt
dan nuch-
in de gebeden. 1 Pet. i
Eer we met de volgende Zondagsafdeelingen inhoud
om
ook het formuliergebed als zoodanig ter toetse
Twee en
anderzijds
Een
te
zij,
gebed ons,
dit
brengen.
richtingen staan ook ten deze tegenover elkander.
die in alle formuliergebed
7.
de bespreking van den
tot
Vader komen, dwingt de aard van
van het Onze
:
Eenerzijds
zij,
den dood des geestelijken levens hebben gezien,
die schier geen ander
dan het formuliergebed kennen.
tegenstelling, die evenzoo doorgaat voor het gebed in de vergadering
der geloovigen, als voor het gebed in het huisgezin of in volksbijeenkom-
Op
sten.
elk dezer terreinen is de één voor het vrije gebed, de ander voor
het gebonden gebed
en de
;
pas iu onze dagen te leven
telijk
voort
dit
is
welbezien zoo oud als het Chris-
Immers deze
tweeërlei richting
om
en
leidt er toe,
om
In ons
komt is
een
ons zielsleven op zichzelf
het
met het
om
ook in de zake des gebeds, óf zoo te bidden als
zielsleven
van anderen
te
verbinden; en
eigen ik het ingeeft, óf wel zulk een gebed op de lippen te nemen,
ons als
opgekomen,
natuurlijk.
een sociaal neigen, een zin
en
houden,
nu
zijn
dit is
tweeërlei neiging in onzen menschelijkeu geest.
uit
individueel te
En
is.
tusschen beide richtingen, wel verre van
strijd
ons dan in den gebede met anderen verbindt.
Wie
het wel beziet, zal
erkennen moeten, dat beide neigingen haar eigen recht van be-
derhalve
staan hebben, en dat de gewenschte uiting van ons leven slechts dan tot
wanneer
komt,
stand
deze
beide
elk voor zich, al naar gelang
recht komen. Al wordt nooit
met
zinnen
David
ik of
hier
zelf,
myn, maar
ooit
uit
in het
altoos
neigingen in harmonie werken, en ze tijd
en plaats en gelegenheid, tot haar
Ome met
Vader
in het
meervoud gebeden,
ons, toch zal geen
afleiden, dat wie een
man
misdaad beging,
Psalm LI zou mogen roepen: „Reinig mij van
in
Ons leven ons
b.v.
van
is
nu eenmaal dubbel van
aard.
We
van gezonde niet evenals
mij^ie
zonde!"
hebben een leven voor
een geheimnis waar schier niemand indringt, dat individueele en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's