E voto Dordraceno - pagina 34
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XIX. HOOFDSTUK
34
Gods zelve opgeklommen naar de hoogte, en symbolisch de hemel
lijkheid
met de aarde
in zijn tegenstelling
Koning aangeduid. Vandaar, dat
van koninklijke majesteit
Psalm LXVIII nu ook geen beschrijving
in
maar
En
Sinaï in heiligheid."
van
den
(d.
XL VII:
Psalm
is
onder de menschen,
wonen, o Heere God!..."
XLVII
over
komen
zullen
God
de
ste lied,
bezittende
lof
alle
En
als
is
gij
symboUsche
opgevaren
in
de hoogte;
om
hebt gaven genomen
om
ook de wederhoorigen,
ja,
zijn tien-
onder hen een
het eind van den Psalm
is
u
bij
toekomt. „Priesterlijke gezanten
aarde
der
Moorenland
zal zich
haasten zijne hand tot
Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode, psalmzingt
uit te steken.
te
evenals in het
en de eere die aan Israëls Koning, als heerschappij
volken
Egypte.
uit
is
gekarakteriseerd, volgt nu,
„God
hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd;
uit te deelen
keurmacht)
De Heere
nadat op die wijs Sions bergtop
troon in de hemelen
bijna op gelijke wijs als in gij
zijn
i.
duizenden verdubbeld.
tien duizend, de
aanduiding
alleen een schitterende teekening
„Gods wagens
:
van de heerlijkheid van Israëls
zetel
als
volgt van het werk der verzoening,
maal
I.
den
Heere, Sela!"
Geen
dus, of beide heilsfeiten, èn de opvaring van den Middelaar
twijfel
de laagte naar de hoogte, èn
uit
bekleed worden in die hoogte met
zijn
majesteit, staan in rechtstreeksch profetisch verband, als uitvloeisel van
Kaad
;
en dientengevolge ook in natuurlijk levensverband.
maar
hemel,
gezeten
wel
opgevaren
zou
niet zelf het regiment over zijn kerk
ten
niet
aan
actie,
waardoor dat
Gelijk
gij
in
maar
voorts
den
wachten
Middelaar
zou
woord en
ge zoo wilt, buiten den Middelaar
bij
uwe kinderen
werkt, dat ze wel
uw
tot
God de Heere,
buiten u om, het
zijn
—
zoo eenigermate zou het dan ook
met
geweest. Wij, als zijn leden, zouden wel zijn leven ;
we zouden wel de vrucht van
zijn inspiratie
hebben gehad
;
zijn zelfofferande,
maar de krachtigmaking van
door de instorting van gaven en de leiding der kerk en der volken
buiten
En dit van God
als
stand gebracht.
moet,
verwerkelijkt,
ons hebben gedragen
dit alles
de
werk èn door instorting van gaven èn door de leiding en sturing
hun leven
zijn
zijn tot
vader of moeder
toch
van
in
hij
maar de daad,
zich dragen, dat ge ze wel voorgaat en toespreekt en bewerkt
leven
geestelijk
als
zijn,
thans, onder de woeling en door de gisting des
heil
levens heen, wordt uitgewerkt, zou,
om, door God Drieëenig
Middelaar,
Gods rechterhand,
hebben gehad. Wel zou
Middelaar en de Bewerker van onze verlossing geweest de
De
Gods
kern
om, door God Drieëenig rechtstreeksch
zijn
uitgevoerd.
nu, dat deze scheiding tusschen het Middelaarswerk en het werk
Drieëenig niet
is
ingetreden,
maar dat integendeel
alle
werking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's