E voto Dordraceno - pagina 74
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IV. HOOFDSTUK
68 ondervinding
van ons ons
Hoe vaak Maar
En
wroeging en de zelfaanklacht
in de
op,
merken
in onze conscientie
maakt inwendig zoo
reeds dit
laat dat
Hij tegen
onbeschrijflijk ongelukkig.
dreef het de Kaïns niet tot zelfmoord uit?
hierbij
zonde
de
God ons
hart, als
toornt.
we
doen
hiervan
II.
in
zonde
zonde
dat
voorts
is
macht hebt
het niet, want een onnoemlijk schriklijk gevolg van
blijft
Gelijk
teelt.
het niet in
gij
een buskruitmagazijn één enkele kist in brand
te steken,
uw
maar
de eerste vonk terstond het vuur van zelf loopen doet en alles in woeste vernieling stuk doet springen, zoo ook
en geen mensch heeft de gevolgen van gepleegd
eens
wezen,
ons
geeft
dan
ons
ze
zijn
we
die
en
prikkelen;
telkens
als vuur,
is
Zonde
macht.
is
zoo.
wandelen we
zoo
hebben.
zelf ontstoken
ook een ijselijkheid, maar het
is
zonde in
zonde
onze zenuwen en ons hersenvlies iets onna-
op
zelfs
vlam en spranken
in de
Dit
zijn
hart. Alle
een hebbelijkheid, zet zich af in de neigingen van
geeft
waardoor
speurbaars,
uw
het in
is
De dronkaard weet
het,
de wellusteling weet het, en de leugenaar weet het, en de dief weet
en
en de driftkop weet
het,
Zeg
dus
Een zonde
het.
oorspronkelijke gerechtigheid"
en
hun
op
Dat
leeren. of
scheppen,
of
zonde wel
kan
onze
grijpt
wijs misbruikt ze
ten einde
scheppers
moest
bij
bij
zijn
God
God
de vonk ook in
ten
hem
bang van
er zelf
hij
blijven.
zeggen
thans
aan, en die „krachten" kan ze
weten.
Maar
Hij kon
bij
nemens en
Zoo
is,
de
zijn
God
bleef hij niet en viel hij
te dienen,
blijven. Hij
waarom Hij af,
dan zou
voortgloeien. Uit zonde zou altoos zonde komen, tot
wierd. Dit
ontwassen
te
komt van den zijn,
vloek,
en dien ze
blaast
in
hun
schuld
dus
waaraan de mees-
met hun „goede willen,
edelaardigheid, en bedekt
strevingen, gelijk onze ouden zeiden, niet
gaat
en op die
om Hem
niet één enkele oorzaak,
nemens" en met hun „edelaardig streven" bannen rechtvaardig
zijn.
woelen en strijden zou.
in
Er was
blijven.
God
Neen, de
te zetten in richting,
dan wat God aan den mensch gaf
God zou
zijn
om
kiem
moeten
ze
zin naast
eigenlijken
in
krachten
En dat is Gods bestel zoo. De mensch moet het maar niei
Dan immers had God
niet een bloote ontstentenis.
die poogt ze
alsnu tegen
hij
nog
natuurlijke
maar
niet dooden,
ze geen stof of kleefsel of toonbare
is
ze volstrekt
is
Neo-Kohlbruggianen
onderscheiden
ook
niets positiefs zijn.
zouden
wij
Maar daarom
Wel
ze niet.
is
Ze
baccil.
nooit alleen.
Melanchton en vele Lutherschen,
gelijk
is,
thans
voetspoor
blijft
zonde alleen maar „gemis of ontstentenis van
nooit, dat de
door.
Het
is
hun
voor-
maar God met
vloek,
die
die voor-
maar de
een oploopende reeks.
hel.
Er
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's