E voto Dordraceno - pagina 275
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK XII.
275
een vermindering overslaat, de verharding over heel Israël trekt en het
Nieuwen verbonds bijna geheel
Israël
des
wordt,
slechts
Joden
op
uiterst
uit de
heidenen gerecruteerd
kleine schaal door enkele bekeerlingen uit de
rersterkt.
Hieruit blijkt derhalve, dat een Jood evengoed als een Heiden voor
verdoemelijk
en dat Joden en Heidenen saam „gezondigd hebben en
ligt,
de heerlijkheid Gods derven." Geboorte uit zaligt
niet de geboorte uit
is
Abraham
Abraham maar
heel de natie der Joden of ook
maar beur
kwam, het Koninkrijk Gods zou
over hen
God
uit
geeft dus niets;
God.
En
wat
wel verre dat
grooter deel, eer de verharding
ingegaan, vinden we veeleer
zijn
dézen toestand: dat van oudsher het grooter deel van Abrahams nakomelingen is
in
en
;
ongeloof verloren ging; dat slechts het kleiner deel behouden
dat
in dit kleiner deel steeds enkele geloovigen uit de
heidenen
inkwamen.
Dan
echter dient nogmaals de vraag gedaan
voorkeur en hun uitnemendheid ?
CXLVII
hetgeen Psalm
En dan
reeds gaf:
is
Waarin school dan hun
:
er
geen ander antwoord dan
„Hij maakte Jacob zijn woorden be-
kend, Israël zijne inzettingen en rechten. Alzoo heeft Hij geen ander volk
gedaan en
Hoe nu
rechten die kennen ze niet. Hallelujah
zijn is
dit te
!"
verstaan?
Hiertoe wijzen we op drieërlei.
Vooreerst het groote en alles te boven gaande, dat uit hen de Christus
Wat
is.
dit beteekent
schelijke natuur
worde aldus ingezien. De Middelaar moest onze men-
aannemen. Hij moest
zijn,
zoo
een
bepaald
die
menschheid
hij niet
een
niet ge-
geboren ware uit een Grieksche, Egyptische of Perzische
hij
Er moest
vrouw.
aannemen, dat
maar de geheele menschheid. Dit nu zou
enkel volk toebehoorde
schied
die zoo
dus, zou de Christus de menschelijke natuur niet van
volk,
maar van nieuw
een
heel de menschheid aannemen, volk
midden
in
optreden, dat niet als natie naast de
andere natiën stond, maar midden in de natiën een ce/jiraig^jos/^ie innam.
Vandaar de schepping van en
zijn
Israëls volk door een
nieuwe machtsdaad Gods,
geheel eenige positie onder de volken.
Ten tweede, toen
in
de eerste periode der wereld „het gedichtsel van het
hart des menschen alleenlijk boos bleek" en de ongerechtigheid de over-
hand al
kreeg,
het
De regenboog zou.
heeft
God de Heere
overige te verdelgen.
zijn
kerk gered door in den zondvloed
Maar na den zondvloed kan
dit niet
meer.
stond als teeken, dat zulk een verdelging zich niet herhalen
Vandaar de noodzakelijkheid en de behoefte
een afzonderlijk erf te
om
voor de Kerke Gods
vormen een eigen volk waaronder
ze
wonen kon,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's