E voto Dordraceno - pagina 443
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
doen
Maar
schreven
wat
hij
te
en
als
hij
in volle zee is,
eerst
niemand anders. Ook
heeft.
443
VII.
deze „lastbrieven" zijn verzegeld,
mag
ze openen; en wel hij alleen;
hij
het uitzenden van legers komt dit voor, dat aan
bij
den veldheer zulke verzegelde instructiën worden meegegeven. En zoo nu de heilige Openbaring, was er een „Boek", waarin de heilige
zegt
ook,
Maar ook zegeld
God had
waarin
stond,
lastbrief
want
dengene, aan wien
Vandaar
God de
zijner
te
En
deze zeven zegelen dicht blijven, tot op het oogenblik dat
dat
raadslagen
ver-
uitvoering van zijn raadsbesluit had toevertrouwd.
Lam
de Veldheer des levenden Gods optreedt in het alsnu
maar
zegelen aan.
niet open,
er hingen zeven
en konden deze zegelen alleen geopend worden door
moesten
natuurlijk
er geschieden moest.
„Boek van goddelijke lastgeving" was
dit
zeer sterk verzegeld zelfs,
;
wat
vastgesteld,
en
tijd
in
—
geschieden moest.
Komt
4.
is,
en
volgorde dit Boek van de goddelijke
juiste
en op staanden voet volgen
opent
dat geslacht
dit zegel
laat,
wat
er in stond dat
des levenden Gods voor,
bij
de
redding en bewaring der uitverkorenen uit de groote verdrukking, die aan
komen
der dagen
het
einde
dit
„zegel des levenden
te
verzegelen
Een engel toch ontvangt
zal.
Gods"
last,
om
door
„dienstknechten" des levenden Gods
alle
met een teeken aan hun voorhoofden. Dat zegelteeken zou
dus een aanduiding
dat de verdervende engel hen voorbijgaan moest
zijn,
en
sparen, en zoo lag in dat zegelteeken, evenals in het bloedteeken op
de
deurposten
5.
Wordt van
sprake
Israël in Egypte, een
waarborg van behoudenis.
dit zegel in overdrachtelijken
zin
—
melding gemaakt, waar
van de echtheid van Paulus' apostelschap. Dit apostelschap wierd
is
Paulus
aan
van
door
nieuwgekozen apostel gelden.
Wel
velen betwist.
Matthias,
En met
maar
de elven zoo meende men, en de
de
niet
het oog daarop
2: ^Het zegel mijns apostelschap
latei
ingekomen Paulus kon
nu betuigt Paulus
gijlieden in
zijt
in
1
den Heere."
als
Cor.
IX
Ook
hier
:
heeft het „zegel" dus weer dezelfde beteekenis als in de vier vorige ge-
Er
vallen.
is
geschil over echtheid of valschheid door nabootsing, en
om waarborg
treedt het zegel tusschen beide,
van echtheid
te bieden.
nu
En
dezen waarborg zoekt en vindt de heilige apostel hierin, dat er een daad
van
den
van
zijn
Heeren,
Christus dienst uit
den
is
in
uitgegaan, een goddelijk werk door het instrument
de
stad
apostelschap gedrukt heeft.
meer
aangaande
sprake in
m:
in
is
andere 33,
van Corinthe verricht, en in
hemel, begroet
gebruik
— van
hij
En dit
zoo
komen we dan
„zegel des levenden Gods", waarvan
2 Cor. I: 22, Ef. I: 13 en Ef. IV: 30.
28, Openb.
werk des
ten 6. tot het óns
Want
uitspraken der Heilige Schrift, als in Matth.
Rom. V:
dit
het zegel, dat Christus zelf op zijn
X: 4 en Openb. XXII:
wel wordt ook
XVII:
66, Joh.
10 van „verzegelen"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's