E voto Dordraceno - pagina 498
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
500
XLIX. HOOFDSTUK
ZOND.
u aanbevolen werk, zoodat ge er u van dan
inwendig gelukkig, sterkt
zijt,
van Boven,
terwijl
zinnen, en
uw God dient, maakt u, mits ge uw wilskracht en belooft u zegen
omgekeerd het staan naar hooger dingen, ook
uw
ge er de kracht voor in u, u ontevreden maakt met tegen
het
Heeren in
bestel des
uw God. Zoo
hun bekeering, geen
En
werkzaamheden. zijn
mannen en vrouwen
meer hadden
lust
winkel of ambacht verwaarloosden, toch,
om
u
kiezen
doet. Alleen zoo
Nu
gebouwd.
leven
op
behoeft
de knieën voor
uw
bede van
uw God kan volkomen
u
voor
die,
na
Uw
niet.
beroep, wat dit ook
wordt het huis van het maatschappelijk
Hem
dingen
Soms
wel uitspreken.
Maar
vraagt
getrouwheid,
conscientieuse
dat
die
als het
uitgaat van
geschiede" houdt voor liefde,
overbuiging
moogt
vrij
gij
maken. Ge moogt
verhoort Hij ook die
zijn,
„Uw wil om lust en
meer nog om
te
toch weiaangenaam voor
want de bede:
uw God
dat ge
opgelegd;
innerlijk zielsverlangen
uw God
zulk een zielsverlangen alleen dan
in,
is
uw
ge daarom van
hart en roept u tot hooger.
onderwerping,
thans
die
stelt
geweest,
hun nederig beroep, maar hun
in
naar geestelijker taak wel geen geheim voor
alle
om
moge, gaat voor. Eerst de u opgelegde taak, en dan hetgeen wat eigen
lust
dit
al voelt
u verleidt
aldoor bezig te zijn in Christelijke
mag
dit
juist
lot,
en alzoo u schuldig
te gaan,
er ook onder ons
zijn
glijdt,
omdat ge
mits aan de Tente des Heeren, en dat
zijn,
een nederig beroep, waarin ge
toch
getrouw
uw
bevonden, zal de Heere u niet over meer-
zijt
der zetten. Dorpelwachter te is
maakt, en er over heen
at'
ge ontrouw, dan prikkelt de hoogmoed
zijt
het kleine niet getrouw
in
III.
voor de taak, die
uw
van
uitgaan
wil en
voor
zijn
heilig oog.
En hiermede komen we dan
vanzelf terug op het eerste gedeelte van
wat de Catechismus in deze bede vindt: Geef dat wij omen eigen wil verzaken^ en uwen wil, die alleen goed
is,
zonder eenig tegenspreken volbrengen
mogen.
Om
nu ook
dit gedeelte
van deze derde bede wel
helder inzien wat in onzen wil inzit. wil,
maar daarom staan
taal lijken
dit
woord,
dan
waarin
zin,
Met
oo)--zaak
met
oor-sprong,
die
zouden
beide
God
niet
we zeggen: God
waaruit
Bestond in onze
gelijk.
heeft een oor-wil, in ge-
een oor-sprong gewagen.
bedoelen we dan een zaak waaruit
beweging
moet ge
heeft een wil, en gij hebt een
nog
we van een oor-zaak en
die
te verstaan,
iets
anders voortkomt
een verdere beweging
opkwam
en zoo zou dan ook oor-wil zijn die wil, waaruit de menschelijke wil voortvloeien.
van een
„
De
Duitschers kunnen dit dan ook zoo zeggen.
ür-wezen," een
„
f7r-grund", een
„
?7?--wald"
Zij
moet
spreken
en zoo veel meer,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's