E voto Dordraceno - pagina 493
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK XIV.
ZOND.
Hoe
aanzien van het Vormsel te verstaan
dit ten
komen
den heiligen Doop.
bij
Had men
dan
om
zou
denkbeeld,
het
maken, nooit
kwam
zijn
zal
nooit anders
nader ter sprake
Vormsel
van het Vormsel een apart Sacrament in
nog
bij
zijn
doop bepalen zou. Het was gedoopt
denkend wezen, en zonder dus
niet
Toch was
die het onderging.
iets te
verstaan van de han-
om
die handeling bestemd,
Men
opgroeien ook in zijne bewustheid in te dringen.
aanwezig was, en
volwassenen
den
een
dit
zijn
den doop
bij
men
ontbrekende zocht
nu,
kind tot jaren van onderscheid gekomen was, aan te vullen
Vormsel. Het vroeger gedoopte kind wierd dan
door het
bij
gevoelde uit dien
hoofde dat er aan den kinderdoop eigenlijk iets ontbrak, wat
zoodra
te
zwang
men nu
en straks bijna de eenige doop wierd, rees de vraag, hoe
deling
van
zijn ont-
dan volwassenen gedoopt
opgekomen. Toen echter de kinderdoop almeer
het gedoopte kind zelf nader als
zij,
dankt het
Feitelijk toch
staan aan den kinderdoop.
4:93
gebracht. Deze zalfde het en
het de handen op.
lei
En
tot
den bisschop
door deze plechtige
handeling nu wierd, zoo leeraarde men, aan dit gedoopte kind een meer-
met het oog op den
dere genade verleend, bepaaldelijk
men
In den heiligen Doop wierd
strijd des levens.
ivedergehoren, door het Vormsel voor den
des levens gewapend.
strijd
Dat het nu
bij
den heiligen Doop niet blijven kan, overmits het kind
hieronder geheel lijdelijk verkeerde, en dat er een oogenblik
waarop het
eertijds
erkennen
Gods,
ook
Een overgang moet
wij.
Doop en het
heiligen
heilig
Doop wordt men gedragen, beiden
ligt
komen moet
gedoopte kind alsnu zelfstandig optreedt in de kerke
Avondmaal
tot het heilige
er wezen.
ligt iets
in.
Tusschen den
Naar den
heiligen
Avondmaal komt men. Tusschen
dus de overgang van het onbewuste naar het bewuste, van den
onmondigen naar den staat der mondigheid. Deze overgang nu
staat der
bestaat in twee stukken, l". dat het gedoopte kind onderwezen worde in
de Christelijke tot het heilig
en 2". dat het aldus onderwezen kind den toegang
religie,
Avondmaal aanvrage. En
is
nu aan deze beide voldaan,
dat het onderwijs afliep en de begeerte naar het heilig
dan
oordeelt
Avondmaal
de
zal
kerk
of
aan
Avondmaal
den zoodanige de toegang
Het zoeken van het
verleend worden.
tot
heilig
zoo-
sprak,
het heilig
Avondmaal
De Doop roept om het Avondden Doop. En nu geven we wel toe,
volgt dus rechtstreeks uit den heiligen Doop.
maal en het Avondmaal onderstelt dat
al
komt, religie
Heere
wat tusschen Doop en Avondmaal overmits
en is,
prikkelt;
ons
Hij
het
hierbij
is,
ligt,
ons
uit
Gods genade
toe-
die ons doet onderwijzen in de Christelijke
geestelijke verlichting schenkt,
die in ons de begeerte
maar wat we ontkennen
en het evenzoo de
naar het heilig Avondmaal opwekt en is,
dat hiertoe tusschen deze twee
nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's