E voto Dordraceno - pagina 242
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
236
ZOND. X. HOOFDSTUK IV.
de
bij
Lucht, dauw, zon en wat ge meer
lelie.
instrumenten, maar wie
met deze instrumenten
het nu, die
is
resultaat teweegbracht? en op die diepere vraag elke
die
lelie
zijn
dit
prachtig
nu antwoordt Jezus
;
Hij,
bloem op het veld nog heden aldus formeert, en elk
en
vogelke aan den hemel nog heden aldus voedt, dat
met
goed, dit waren de
wilt,
is (?orf,
God de Heere
almogende en alomtegenwoordige kracht. En daarom, aanzie de
vogelen des hemels, dat ze noch zaaien noch maaien noch verzamelen in de schuren en nochtans voedt ze
uw Vader
aanmerk de
zij
nen
hoe
leliën des velds,
hemelen
die in de
wassen,
zij
is.
Of ook,
arbeiden niet en ze spin-
en toch zeg ik u, dat ook Salomo in al zijn heerlijkheid niet
niet,
bekleed geweest gelijk een van deze. Ja, zelfs het gras des velds, dat
is
nog
veel
nietiger
die het
is,
En
uw Vader
hoe het ook daarbij
zie,
is,
deze zelfde toon nu
de doorgaande toon der Heilige Schrift.
is
Jezus zoo roerend schoon van de leliën sprak, zong de Psalmist, toen ten op
IJ,
ook,
hun
tot
God de
hun hun
alle dieren
ze
jubelde: „Zij alle wach-
(Psalm CIV: 27
„zond God
zijn
adem
aarde zonder den wil
en ze wierden geschapen"; neemt
uit
en daarom valt er geen muschje op
ze,
uw hemelschen
Vaders. Hij
het en niet een
is
„natuurkracht", die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat het
gebergte
Hij
doet
het
heen
tusschen
zij
Hij drenkt de bergen uit zijn opperzalen.
wandelen.
gras
;
en keeren weder
zij
Als er een vogelke of vischje uit-
v.v.).
dien weer weg, dan sterven
hun,
worden met goed verzadigd
hun adem weg, zoo sterven
Gij
Wat
gelijken zin reeds
in
spijze geeft te rechter tijd. Geeft Gij ze
uw hand open,
doet Gij
neemt
stof"
dan
komt,
;
van de visschen en
hij
dat Gij
ze vergaderen ze
maar
hemelen
in de
met zyn groen gewaad bekleedt
uitspruiten
voor de beesten en het kruid tot dienst
der menschen. Hij doet het brood uit de aarde voortkomen. Hij beschikt
de
duisternis
van God
spijs
en te
het
zeer
zal,
snel.
Hij
De
LXXIV:
„zendt geeft
jonge leeuwen gaan uit
10 — 26).
zoeken" (Ps. CIV,
winter formeert (Ps.
sneeuwen
wordt nacht.
17). Hij
Het
is
God
om hun
zomer en
die
geeft het vette der tarwe. Als het
Hij zijn bevel op aarde, en dan loopt zijn woord
sneeuw
stremt de stroomen, en werpt
als
wol en strooit den rijm als asch. Hij
zijn ijs
als
stukken."
En
zal het
dan weer
dooien dan „zendt Hij weer zijn woord en doet ze smelten. Hij doet zijn
wind waaien en een
woord
zie,
uit zijn
de wateren vloeien heen" (Ps.
mond
CXLVII 14 — 18). :
uitgaat, keert het niet ledig weder,
wat God sprak, en de regen en de sneeuw dalen neder
uit
„Als er
maar doet
den hemel en
doorvochtigen" naar goddelijken last „de aarde en er spruit zaad op voor den zaaier,
en brood voor den eter" (Jes.
gewerkt,
maar werkt nu nog
LV
:
9, 10).
De Heere
heeft niet alleen
aldoor alle ding naar den raad zijns wiUens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's